BWBR0013131
Geldig vanaf 2012-11-27
Artikel 9aa
Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak
1. De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft, wanneer aan hem voor zijn volledige arbeidsduur buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof geen aanspraak op een onkostenvergoeding.
2. De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft, wanneer aan hem voor 50% of meer van de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof, aanspraak op de onkostenvergoeding naar rato van het aantal uren dat hij geen buitengewoon verlof geniet.
2. De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft, wanneer aan hem voor 50% of meer van de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof, aanspraak op de onkostenvergoeding naar rato van het aantal uren dat hij geen buitengewoon verlof geniet.