BWBR0013131
Geldig vanaf 2012-11-27
Artikel 9
Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak
1. Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 7 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding van € 4702,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 4.907, € 2711,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 2.829onderscheidenlijk € 1807,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 1.887per jaar toegekend.
2. Toekenning van een onkostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid geschiedt door de Raad voor de rechtspraak, uitgezonderd het betrokken lid, onderscheidenlijk, indien het een lid van een gerechtsbestuur betreft, het gerechtsbestuur, uitgezonderd het betrokken lid.
2. Toekenning van een onkostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid geschiedt door de Raad voor de rechtspraak, uitgezonderd het betrokken lid, onderscheidenlijk, indien het een lid van een gerechtsbestuur betreft, het gerechtsbestuur, uitgezonderd het betrokken lid.