BWBR0013131
Geldig vanaf 2012-11-27
Artikel 1
Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak
1. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter onderscheidenlijk rechterlijk lid, anders dan voorzitter, van de Raad voor de rechtspraak is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 2 onderscheidenlijk categorie 3 zijn ingedeeld.
2. Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51.
3. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51.
4. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het derde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51.
5. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een gerechtshof, de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 5 zijn ingedeeld.
6. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het vijfde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 6 zijn ingedeeld.
7. Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenarenis vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, wordt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met zesde lid bedoelde functie vermenigvuldigd met de voor hem als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast of lid met rechtspraak belast geldende arbeidsduurfactor.
2. Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51.
3. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51.
4. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het derde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51.
5. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een gerechtshof, de rechtbank Amsterdam, Den Haag of Rotterdam, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 5 zijn ingedeeld.
6. Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van rechterlijk lid, niet zijnde voorzitter, van het bestuur van een rechtbank, anders dan genoemd in het vijfde lid, is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenin categorie 6 zijn ingedeeld.
7. Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenarenis vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, wordt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met zesde lid bedoelde functie vermenigvuldigd met de voor hem als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast of lid met rechtspraak belast geldende arbeidsduurfactor.