BWBR0013021
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 8
Investeringsregeling biologische varkenshouderij
1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt bij Dienst Regelingen ingediend.
2. Voor de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, maakt de aanvrager gebruik van een daartoe vastgesteld formulier.
3. Door het indienen van het aanvraagformulier verplicht de aanvrager zich tot nakoming van de daarin gestelde voorwaarden en verplichtingen en stemt hij in met een doorgifte door Stichting Skal aan Dienst Regelingen van alle gegevens betrekking hebbende op de uitoefening van de biologische productiemethode op zijn landbouwbedrijf.
4. De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:
a. een verklaring van een financierende derde waaruit blijkt dat deze de voorgenomen investeringen geheel of voor een substantieel deel zal financieren;
b. een beschrijving van de economische positie van het landbouwbedrijf inhoudende een weergave van het eigen vermogen van het bedrijf, een opgave van de beschikbare liquide middelen en de schuldpositie,
c. een investeringsprojectplan, inhoudende een beschrijving van de begintoestand, de doelstellingen en achtergronden van het investeringsproject, de toestand na voltooiing van het investeringsprojectplan, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering;
d. een gespecificeerde begroting van de beoogde investeringen en een opgave van de financieringswijze van het investeringsproject,
e. in voorkomend geval, de statuten van de rechtspersoon,
f. in voorkomend geval, het getuigschrift van de landbouwkundige opleiding,
g. een bedrijfsaansluitingsbevestiging,
h. een opgaaf van het aantal varkensrechten dat het bedrijf heeft,
i. een afschrift van het afnamecontract.
5. Indien geen verklaring als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt overlegd, wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegd:
a. een exploitatiebegroting en andere financiële bescheiden over de twee boekjaren volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt waaruit kan worden afgeleid dat het eigen vermogen niet minder dan 15 procent van het totale vermogen uitmaakt, nadat de investering, waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend, heeft plaatsgevonden,
b. een meerjarenbegroting over een periode van 5 jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt, en
c. financiële gegevens, met inbegrip van een jaarrekening, waaruit dient te blijken dat de subsidieaanvrager gedurende de drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag niet meer dan gedurende één jaar verlies heeft geleden.
2. Voor de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, maakt de aanvrager gebruik van een daartoe vastgesteld formulier.
3. Door het indienen van het aanvraagformulier verplicht de aanvrager zich tot nakoming van de daarin gestelde voorwaarden en verplichtingen en stemt hij in met een doorgifte door Stichting Skal aan Dienst Regelingen van alle gegevens betrekking hebbende op de uitoefening van de biologische productiemethode op zijn landbouwbedrijf.
4. De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:
a. een verklaring van een financierende derde waaruit blijkt dat deze de voorgenomen investeringen geheel of voor een substantieel deel zal financieren;
b. een beschrijving van de economische positie van het landbouwbedrijf inhoudende een weergave van het eigen vermogen van het bedrijf, een opgave van de beschikbare liquide middelen en de schuldpositie,
c. een investeringsprojectplan, inhoudende een beschrijving van de begintoestand, de doelstellingen en achtergronden van het investeringsproject, de toestand na voltooiing van het investeringsprojectplan, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering;
d. een gespecificeerde begroting van de beoogde investeringen en een opgave van de financieringswijze van het investeringsproject,
e. in voorkomend geval, de statuten van de rechtspersoon,
f. in voorkomend geval, het getuigschrift van de landbouwkundige opleiding,
g. een bedrijfsaansluitingsbevestiging,
h. een opgaaf van het aantal varkensrechten dat het bedrijf heeft,
i. een afschrift van het afnamecontract.
5. Indien geen verklaring als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt overlegd, wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegd:
a. een exploitatiebegroting en andere financiële bescheiden over de twee boekjaren volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt waaruit kan worden afgeleid dat het eigen vermogen niet minder dan 15 procent van het totale vermogen uitmaakt, nadat de investering, waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend, heeft plaatsgevonden,
b. een meerjarenbegroting over een periode van 5 jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt, en
c. financiële gegevens, met inbegrip van een jaarrekening, waaruit dient te blijken dat de subsidieaanvrager gedurende de drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag niet meer dan gedurende één jaar verlies heeft geleden.