BWBR0013021
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 11
Investeringsregeling biologische varkenshouderij
1. De subsidieontvanger voert het investeringsproject uit:
a. overeenkomstig het investeringsplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft,
b. in Nederland, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland,
c. binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening.
2. Wijzigingen in het investeringsplan gedurende de looptijd van het investeringsproject worden aan Dienst Regelingen gemeld. De minister kan deze wijzigingen goedkeuren, tenzij het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling van het investeringsproject betreft.
3. De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten voor het investeringsproject kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 6onderscheiden kostensoorten.
4. De subsidieontvanger is verplicht handelsdocumenten te bewaren gedurende een periode van drie jaar nadat de beschikking tot subsidievaststelling is vastgesteld.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger wegens gewijzigde marktomstandigheden eenmalig een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen het investeringsproject wordt uitgevoerd.
6. Een verzoek als bedoeld in het vorige lid, wordt door de subsidieontvanger met redenen omkleed en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een weergave van de marktomstandigheden waarom het investeringsproject niet binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening kan worden uitgevoerd,
b. eventuele aanpassingen in het investeringsplan, en
c. een voorstel voor een termijn waarbinnen het investeringsproject alsnog wordt uitgevoerd.
7. Een termijn als bedoeld in het vijfde lid bedraagt ten hoogste 30 maanden vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
a. overeenkomstig het investeringsplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft,
b. in Nederland, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland,
c. binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening.
2. Wijzigingen in het investeringsplan gedurende de looptijd van het investeringsproject worden aan Dienst Regelingen gemeld. De minister kan deze wijzigingen goedkeuren, tenzij het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling van het investeringsproject betreft.
3. De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten voor het investeringsproject kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 6onderscheiden kostensoorten.
4. De subsidieontvanger is verplicht handelsdocumenten te bewaren gedurende een periode van drie jaar nadat de beschikking tot subsidievaststelling is vastgesteld.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger wegens gewijzigde marktomstandigheden eenmalig een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen het investeringsproject wordt uitgevoerd.
6. Een verzoek als bedoeld in het vorige lid, wordt door de subsidieontvanger met redenen omkleed en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een weergave van de marktomstandigheden waarom het investeringsproject niet binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening kan worden uitgevoerd,
b. eventuele aanpassingen in het investeringsplan, en
c. een voorstel voor een termijn waarbinnen het investeringsproject alsnog wordt uitgevoerd.
7. Een termijn als bedoeld in het vijfde lid bedraagt ten hoogste 30 maanden vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening.