BWBR0012915
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 8
Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001
1. Degene die apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling in de handel brengt kan bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, een aangemelde instantie in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte inschakelen, mits deze instantie voor de desbetreffende procedure bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen is aangemeld op grond van artikel 10, zesde lid, van de richtlijn.
2. In afwijking van het eerste lid kan degene die apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling in de Europese Unie in de handel brengt bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, een aangemelde instantie in een derde land inschakelen, mits deze aangemelde instantie is vermeld in de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit behorend bij een van de bij ministeriële regeling genoemde overeenkomsten, de aanwijzing van de instantie op grond van deze overeenkomst niet is geschorst en de Europese Gemeenschap haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het inschakelen van een bevoegde instantie in een derde land bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, door degene die apparaten in de Europese Unie in de handel brengt.
2. In afwijking van het eerste lid kan degene die apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling in de Europese Unie in de handel brengt bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, een aangemelde instantie in een derde land inschakelen, mits deze aangemelde instantie is vermeld in de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit behorend bij een van de bij ministeriële regeling genoemde overeenkomsten, de aanwijzing van de instantie op grond van deze overeenkomst niet is geschorst en de Europese Gemeenschap haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het inschakelen van een bevoegde instantie in een derde land bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, door degene die apparaten in de Europese Unie in de handel brengt.