BWBR0012915
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 3
Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001
1. Indien apparaten op passende wijze zijn geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, voldoen zij aan de voorschriften betreffende de elektromagnetische compatibiliteit, die inhouden dat:
a. de opwekking van elektromagnetische storingen beperkt blijft tot een zodanig niveau dat apparaten overeenkomstig hun bestemming kunnen functioneren, en
b. apparaten een passend niveau van ongevoeligheid bezitten zodat zij, bij aanwezigheid van een elektromagnetische storing, kunnen functioneren zonder dat de kwaliteit van de werking wordt aangetast.
2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften omvatten in elk geval de in bijlage 3genoemde voorschriften.
a. de opwekking van elektromagnetische storingen beperkt blijft tot een zodanig niveau dat apparaten overeenkomstig hun bestemming kunnen functioneren, en
b. apparaten een passend niveau van ongevoeligheid bezitten zodat zij, bij aanwezigheid van een elektromagnetische storing, kunnen functioneren zonder dat de kwaliteit van de werking wordt aangetast.
2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften omvatten in elk geval de in bijlage 3genoemde voorschriften.