BWBR0012915
Geldig vanaf 2001-11-28
Artikel 13
Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001
1. Onze Minister wijst een bevoegde instantie of een aangemelde instantie aan, indien deze:
a. volledige rechtspersoonlijkheid bezit, en
b. blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan: I. de normen voor kwaliteitsborging voor het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, ter zake van hun elektromagnetische compatibiliteit, welke normen in elk geval de in bijlage II bij de richtlijn neergelegde minimum-voorwaarden omvatten, met dien verstande dat in elk geval een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten;
II. de door de accreditatie-instelling aan de onder I bedoelde normen gegeven toepassing ten aanzien van het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, eerste lid, onderdeel c.
I. de normen voor kwaliteitsborging voor het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, ter zake van hun elektromagnetische compatibiliteit, welke normen in elk geval de in bijlage II bij de richtlijn neergelegde minimum-voorwaarden omvatten, met dien verstande dat in elk geval een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten;
II. de door de accreditatie-instelling aan de onder I bedoelde normen gegeven toepassing ten aanzien van het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, eerste lid, onderdeel c.
2. Onze Minister kan de aanwijzing beperken tot de daarin genoemde categorieën apparaten.
a. volledige rechtspersoonlijkheid bezit, en
b. blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan: I. de normen voor kwaliteitsborging voor het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, ter zake van hun elektromagnetische compatibiliteit, welke normen in elk geval de in bijlage II bij de richtlijn neergelegde minimum-voorwaarden omvatten, met dien verstande dat in elk geval een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten;
II. de door de accreditatie-instelling aan de onder I bedoelde normen gegeven toepassing ten aanzien van het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, eerste lid, onderdeel c.
I. de normen voor kwaliteitsborging voor het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, ter zake van hun elektromagnetische compatibiliteit, welke normen in elk geval de in bijlage II bij de richtlijn neergelegde minimum-voorwaarden omvatten, met dien verstande dat in elk geval een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten;
II. de door de accreditatie-instelling aan de onder I bedoelde normen gegeven toepassing ten aanzien van het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, eerste lid, onderdeel c.
2. Onze Minister kan de aanwijzing beperken tot de daarin genoemde categorieën apparaten.