BWBR0012876
Geldig vanaf 2001-10-15
Artikel 1
Regeling standaard-BvL
1. De aanvraag voor afgifte van een standaard-BvL geschiedt door indiening bij de Minister van Verkeer en Waterstaat van een volledig ingevuld en ondertekend formulier, waarvan exemplaren kosteloos bij de Minister van Verkeer en Waterstaat verkrijgbaar zijn.
2. Bij de aanvraag van een standaard bewijs van luchtwaardigheid wordt ten minste ingediend:
a. een gewichts- en zwaartepuntsrapport en een beladingsschema indien dit van toepassing is volgens de van toepassing zijnde JAR;
b. het vlieghandboek, indien vereist door de van toepassing zijnde luchtwaardigheidseisen;
c. voor een gebruikt luchtvaartuig de historische gegevens ter vaststelling van de productie, modificatie en onderhoudsstandaard van het luchtvaartuig;
d. een nauwkeurige omschrijving van de eventuele afwijkingen ten opzichte van het geaccepteerde type-ontwerp. Indien de aanvrager hieraan niet kan voldoen, worden de gegevens ingediend, aan de hand waarvan de bedoelde afwijkingen kunnen worden vastgesteld.
3. Indien de gegevens geheel of gedeeltelijk beschikbaar zijn op microfilms of computer-gegevensdragers, kan de Minister van Verkeer en Waterstaat toestaan dat deze microfilms of computer-gegevensdragers bij de aanvraag worden ingediend. De aanvrager verstrekt de benodigde leesapparatuur, die binnen enkele seconden een afdruk van het geprojecteerde beeld of de gegevens kan vervaardigen, aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
4. Het model van het standaard-BvL is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. Bij de aanvraag van een standaard bewijs van luchtwaardigheid wordt ten minste ingediend:
a. een gewichts- en zwaartepuntsrapport en een beladingsschema indien dit van toepassing is volgens de van toepassing zijnde JAR;
b. het vlieghandboek, indien vereist door de van toepassing zijnde luchtwaardigheidseisen;
c. voor een gebruikt luchtvaartuig de historische gegevens ter vaststelling van de productie, modificatie en onderhoudsstandaard van het luchtvaartuig;
d. een nauwkeurige omschrijving van de eventuele afwijkingen ten opzichte van het geaccepteerde type-ontwerp. Indien de aanvrager hieraan niet kan voldoen, worden de gegevens ingediend, aan de hand waarvan de bedoelde afwijkingen kunnen worden vastgesteld.
3. Indien de gegevens geheel of gedeeltelijk beschikbaar zijn op microfilms of computer-gegevensdragers, kan de Minister van Verkeer en Waterstaat toestaan dat deze microfilms of computer-gegevensdragers bij de aanvraag worden ingediend. De aanvrager verstrekt de benodigde leesapparatuur, die binnen enkele seconden een afdruk van het geprojecteerde beeld of de gegevens kan vervaardigen, aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
4. Het model van het standaard-BvL is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.