BWBR0012811
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 93
Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001
1. De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden in ieder geval maatregelen vastgelegd inzake:
a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de van de leverancier ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris als bedoeld in het tiende lid;
c. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de reisdocumenten betrokken functionarissen;
d. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.
2. Indien het als gevolg van een noodsituatie wegens de omvang van het ambtelijk apparaat niet mogelijk is om gedurende een beperkte periode te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, bedoelde functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid, worden afgeweken.
3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt met behulp van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst vastgelegd:
a. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;
b. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;
c. de namen van de personen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de reisdocumenten.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen persoon, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de reisdocumenten, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, aanwezig is en de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. In het geval er sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 95.
5. De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg, dat de bij de uitvoering van de wetbetrokken personen regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en ten minste één maal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen terzake.
6. De beveiligingsprocedure wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.
7. Ten behoeve van het opstellen en evalueren van de beveiligingsprocedure wordt gebruik gemaakt van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvoor beschikbaar gestelde hulpmiddelen. Afwijkingen van de beveiligingsvoorschriften worden schriftelijk vastgelegd en ten minste vijf jaren naast de beveiligingsprocedure bewaard.
8. De burgemeester of de gezaghebber wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
9. Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris wordt terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
10. De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.
11. De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.
12. De burgemeester of de gezaghebber draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
13. De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de burgemeester of de gezaghebber.
a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de van de leverancier ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris als bedoeld in het tiende lid;
c. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de reisdocumenten betrokken functionarissen;
d. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.
2. Indien het als gevolg van een noodsituatie wegens de omvang van het ambtelijk apparaat niet mogelijk is om gedurende een beperkte periode te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, bedoelde functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid, worden afgeweken.
3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt met behulp van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst vastgelegd:
a. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;
b. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;
c. de namen van de personen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de reisdocumenten.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen persoon, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de reisdocumenten, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, aanwezig is en de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. In het geval er sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 95.
5. De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg, dat de bij de uitvoering van de wetbetrokken personen regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en ten minste één maal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen terzake.
6. De beveiligingsprocedure wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.
7. Ten behoeve van het opstellen en evalueren van de beveiligingsprocedure wordt gebruik gemaakt van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvoor beschikbaar gestelde hulpmiddelen. Afwijkingen van de beveiligingsvoorschriften worden schriftelijk vastgelegd en ten minste vijf jaren naast de beveiligingsprocedure bewaard.
8. De burgemeester of de gezaghebber wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
9. Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris wordt terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.
10. De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.
11. De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.
12. De burgemeester of de gezaghebber draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
13. De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de burgemeester of de gezaghebber.