BWBR0012811
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 13
Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001
1. De Minister van Justitie en Veiligheid informeert de burgemeester of gezaghebber of er aan de voorwaarden voor aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14of 15, tweede lid, van de wetis voldaan.
2. Indien er bedenkingen bestaan tegen het verstrekken van het reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14of 15, tweede lid, van de wet, blijkt uit de schriftelijke vaststelling daarvan:
a. dat de aanvrager in het bezit moet zijn van een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de autoriteiten van een ander land;
b. dat de verblijfsvergunning van de aanvrager niet meer zal worden verlengd;
c. dat de verblijfsvergunning van de aanvrager is of wordt ingetrokken; of
d. welke andere bedenkingen er zijn.
2. Indien er bedenkingen bestaan tegen het verstrekken van het reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14of 15, tweede lid, van de wet, blijkt uit de schriftelijke vaststelling daarvan:
a. dat de aanvrager in het bezit moet zijn van een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de autoriteiten van een ander land;
b. dat de verblijfsvergunning van de aanvrager niet meer zal worden verlengd;
c. dat de verblijfsvergunning van de aanvrager is of wordt ingetrokken; of
d. welke andere bedenkingen er zijn.