BWBR0012810
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 51
Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001
1. De daartoe aangewezen persoon vergelijkt, behoudens in het artikel 44bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 43bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.
3. Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
4. Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 42a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.
5. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden als genoemd in artikel 28, derde lid, van de wetworden de vingerafdrukken van de aanvrager opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
6. Indien de aanvrager niet op de Nederlandse vertegenwoordiging zijn aanvraag indient, of bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken opgenomen worden met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 43bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.
3. Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
4. Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 42a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.
5. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden als genoemd in artikel 28, derde lid, van de wetworden de vingerafdrukken van de aanvrager opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
6. Indien de aanvrager niet op de Nederlandse vertegenwoordiging zijn aanvraag indient, of bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken opgenomen worden met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.