BWBR0012810
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 41
Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001
1. Indien zijn eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de aanvrager een aanvraag voor een reisdocument indienen, indien hij mogelijke fraude, vermissing, onderscheidenlijke inname, overeenkomstig artikel 72meldt of heeft gemeld.
2. In de aanvraag worden vermeld:
a. mogelijke fraude, de vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wet,
b. het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, en
c. de datum waarop de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 72, tweede lid, is afgelegd, dan wel de schriftelijke of elektronische verklaring, bedoeld in 72, derde en vierde lid, is overgelegd.
3. Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onder b of c, niet voorhanden is, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.
2. In de aanvraag worden vermeld:
a. mogelijke fraude, de vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wet,
b. het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, en
c. de datum waarop de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 72, tweede lid, is afgelegd, dan wel de schriftelijke of elektronische verklaring, bedoeld in 72, derde en vierde lid, is overgelegd.
3. Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onder b of c, niet voorhanden is, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.