BWBR0012803
Geldig vanaf 2001-09-20
Artikel 9
Regeling bouw en inrichting archiefruimten en archiefbewaarplaatsen
1. Tussen de archiefbewaarplaats en de aangrenzende ruimten bedraagt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag bepaald volgens NEN 6069 tenminste 120 minuten; dit geldt ook voor de vloer, wanden, plafonds, en alle daarin aangebrachte voorzieningen als: deuren, kozijnen, doorvoeringen van kabels, leidingen kanalen voor ventilatie en luchtbehandeling en andere perforaties; met betrekking tot brandkleppen is NEN 6077 van toepassing. Indien de vuurbelasting van de aangrenzende ruimte groter is dan 120 minuten wordt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag dienovereenkomstig aangepast.
2. Indien de oppervlakte van een op één verdieping gelegen deel van een archiefbewaarplaats groter is dan 300 m² bij een hoogte van 3 m, dan wordt deze in compartimenten verdeeld. Het aantal compartimenten is gelijk aan het quotiënt van de totale oppervlakte van de archiefbewaarplaats in vierkante meters gedeeld door 200 m², waarbij de rest moet worden verdeeld over de compartimenten zodanig dat geen enkel compartiment groter is dan 300 m². Indien de ruimte hoger is dan 3 meter, dan dienen deze oppervlakten zodanig te worden aangepast, dat de inhoud per compartiment niet meer is dan 600 m³.
3. In afwijking van het tweede lid mag het aantal compartimenten worden bepaald op grond van de maximale opbergcapaciteit. Deze bedraagt per compartiment maximaal 3000 strekkende meter papier van A4 tot folio-formaat of een equivalent daarvan.
4. Tussen de in het tweede lid genoemde compartimenten bedraagt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag bepaald volgens NEN 6069 120 minuten.
5. De hoofddraagconstructie van het gebouw voorzover van belang voor de archiefbewaarplaats bezit een brandwerendheid op het criterium van bezwijken van tenminste 120 minuten, berekend volgens NEN 6069 dan wel voor zover van toepassing NEN 6071, NEN 6072 onderscheidenlijk NEN 6073.
6. Voor de bewaring van archiefbescheiden die schade kunnen veroorzaken aan andere archiefbescheiden worden afzonderlijke compartimenten ingericht, zodanig dat er ook bij calamiteiten geen schade kan ontstaan aan andere compartimenten.
7. Geldige TNO-rapporten aangaande het gestelde in het eerste, vierde en vijfde lid worden desgevraagd overgelegd aan de algemene rijksarchivaris, dan wel, indien het een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats betreft, gedeputeerde staten.
2. Indien de oppervlakte van een op één verdieping gelegen deel van een archiefbewaarplaats groter is dan 300 m² bij een hoogte van 3 m, dan wordt deze in compartimenten verdeeld. Het aantal compartimenten is gelijk aan het quotiënt van de totale oppervlakte van de archiefbewaarplaats in vierkante meters gedeeld door 200 m², waarbij de rest moet worden verdeeld over de compartimenten zodanig dat geen enkel compartiment groter is dan 300 m². Indien de ruimte hoger is dan 3 meter, dan dienen deze oppervlakten zodanig te worden aangepast, dat de inhoud per compartiment niet meer is dan 600 m³.
3. In afwijking van het tweede lid mag het aantal compartimenten worden bepaald op grond van de maximale opbergcapaciteit. Deze bedraagt per compartiment maximaal 3000 strekkende meter papier van A4 tot folio-formaat of een equivalent daarvan.
4. Tussen de in het tweede lid genoemde compartimenten bedraagt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag bepaald volgens NEN 6069 120 minuten.
5. De hoofddraagconstructie van het gebouw voorzover van belang voor de archiefbewaarplaats bezit een brandwerendheid op het criterium van bezwijken van tenminste 120 minuten, berekend volgens NEN 6069 dan wel voor zover van toepassing NEN 6071, NEN 6072 onderscheidenlijk NEN 6073.
6. Voor de bewaring van archiefbescheiden die schade kunnen veroorzaken aan andere archiefbescheiden worden afzonderlijke compartimenten ingericht, zodanig dat er ook bij calamiteiten geen schade kan ontstaan aan andere compartimenten.
7. Geldige TNO-rapporten aangaande het gestelde in het eerste, vierde en vijfde lid worden desgevraagd overgelegd aan de algemene rijksarchivaris, dan wel, indien het een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats betreft, gedeputeerde staten.