BWBR0012803
Geldig vanaf 2001-09-20
Artikel 7
Regeling bouw en inrichting archiefruimten en archiefbewaarplaatsen
De vloeren, wanden en plafonds worden uitgevoerd in gewapend beton in kwaliteiten als omschreven in NEN 6720 of gelijkwaardig materiaal als volgt:
a. Het beton in de buitenwanden en vloeren van een in de kelder gesitueerde archiefbewaarplaats is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B25 of 270 mm in betonkwaliteit B35 of 250 mm in betonkwaliteit B45 of hoger. Indien de algemene rijksarchivaris dan wel, indien het een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats betreft, gedeputeerde staten dat nodig oordelen, toont de bouwer onderscheidenlijk de zorgdrager aan dat de waterindringing gemeten volgens ISO-DIS 7031 een waarde heeft die onschadelijk is voor de bewaring van archiefbescheiden.
b. Het beton van de wanden van de archiefbewaarplaats die tevens buitenmuren zijn, is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B45 of hoger, indien zij aan een open terrein liggen; de wanden van de archiefbewaarplaats worden tevens als buitenmuur beschouwd als er slechts een glas- of andere lichte constructie voor staat.
c. Het plafond van een op de bovenste verdieping of slechts onder een lichte kapconstructie gelegen archiefbewaarplaats is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B25 of 270 mm in betonkwaliteit B35 of 250 mm in betonkwaliteit B45 of hoger.
d. De overige wanden, vloeren en plafonds zijn uitgevoerd in beton van tenminste 250 mm dik in betonkwaliteit B25 dan wel in beton van tenminste 200 mm dik aangevuld met ander steenachtig bouwmateriaal tot een gezamenlijke massa van tenminste 625 kg/m2.
e. De onder b en d bedoelde wanden, vloeren en plafonds worden berekend op een bijzondere belasting van tenminste 10 kN/m2 of indien deze hoger is, de statisch equivalente belasting ten gevolge van een explosie op een afstand van 1,5 m met explosieven overeenkomend met de kracht van een 155 mm granaat. De in rekening te brengen statisch equivalente belasting is: qu = (72 : l) kN/m2 waarbij l de overspanning is, en uitgaande van een overspanning groter dan 5 en kleiner dan 10 m. Bij vierzijdig opgelegde vloeren, al of niet ingeklemd, is l de kleinste overspanning. De belasting wordt aanwezig geacht over een oppervlakte van l x l.
f. Onderdeel e is niet van toepassing op het plafond indien het tevens een vrij liggend dak is zonder obstakels met een hoogte van 1,5 meter of meer; de buitenmuur, voorzover deze tenminste 3 meter boven het straatniveau is gelegen en tevens deel uitmaakt van een gesloten gevelwand in een aan weerszijden bebouwde straat; daaraan parallel lopende binnenwanden en overige binnenwanden die niet gekeerd zijn in de richting van een open terrein.
g. In wanden waarop de sterkte-eis, bedoeld in onderdeel e, van toepassing is, zijn de deuren tenminste 90 mm dik en van dubbel plaatstaal met een dikte van tenminste 1,5 mm en met een verstevigingsconstructie of vulling tussen de twee lagen; de kozijnen zijn vervaardigd van plaatstaal met een dikte van tenminste 2 mm; in wanden waarop deze sterkte-eis niet van toepassing is, zijn zij van staal, met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag als omschreven in artikel 9.
h. De vloer is berekend op een nuttige belasting groot 10 kN/m2 bij een gebruik van vaste of verrolbare stellingen met 7 legborden op onderlinge afstanden van 35 cm. Het plafond wordt berekend voor de daarop rustende nuttige belasting vermeerderd met de bijzondere belasting, bedoeld in onderdeel e, indien het onder e gestelde van toepassing is.
i. Technische berekeningen en geldige TNO-rapporten aangaande het gestelde onder e, g en h worden desgevraagd overgelegd aan de algemene rijksarchivaris, dan wel, indien het een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats betreft, gedeputeerde staten.
a. Het beton in de buitenwanden en vloeren van een in de kelder gesitueerde archiefbewaarplaats is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B25 of 270 mm in betonkwaliteit B35 of 250 mm in betonkwaliteit B45 of hoger. Indien de algemene rijksarchivaris dan wel, indien het een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats betreft, gedeputeerde staten dat nodig oordelen, toont de bouwer onderscheidenlijk de zorgdrager aan dat de waterindringing gemeten volgens ISO-DIS 7031 een waarde heeft die onschadelijk is voor de bewaring van archiefbescheiden.
b. Het beton van de wanden van de archiefbewaarplaats die tevens buitenmuren zijn, is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B45 of hoger, indien zij aan een open terrein liggen; de wanden van de archiefbewaarplaats worden tevens als buitenmuur beschouwd als er slechts een glas- of andere lichte constructie voor staat.
c. Het plafond van een op de bovenste verdieping of slechts onder een lichte kapconstructie gelegen archiefbewaarplaats is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B25 of 270 mm in betonkwaliteit B35 of 250 mm in betonkwaliteit B45 of hoger.
d. De overige wanden, vloeren en plafonds zijn uitgevoerd in beton van tenminste 250 mm dik in betonkwaliteit B25 dan wel in beton van tenminste 200 mm dik aangevuld met ander steenachtig bouwmateriaal tot een gezamenlijke massa van tenminste 625 kg/m2.
e. De onder b en d bedoelde wanden, vloeren en plafonds worden berekend op een bijzondere belasting van tenminste 10 kN/m2 of indien deze hoger is, de statisch equivalente belasting ten gevolge van een explosie op een afstand van 1,5 m met explosieven overeenkomend met de kracht van een 155 mm granaat. De in rekening te brengen statisch equivalente belasting is: qu = (72 : l) kN/m2 waarbij l de overspanning is, en uitgaande van een overspanning groter dan 5 en kleiner dan 10 m. Bij vierzijdig opgelegde vloeren, al of niet ingeklemd, is l de kleinste overspanning. De belasting wordt aanwezig geacht over een oppervlakte van l x l.
f. Onderdeel e is niet van toepassing op het plafond indien het tevens een vrij liggend dak is zonder obstakels met een hoogte van 1,5 meter of meer; de buitenmuur, voorzover deze tenminste 3 meter boven het straatniveau is gelegen en tevens deel uitmaakt van een gesloten gevelwand in een aan weerszijden bebouwde straat; daaraan parallel lopende binnenwanden en overige binnenwanden die niet gekeerd zijn in de richting van een open terrein.
g. In wanden waarop de sterkte-eis, bedoeld in onderdeel e, van toepassing is, zijn de deuren tenminste 90 mm dik en van dubbel plaatstaal met een dikte van tenminste 1,5 mm en met een verstevigingsconstructie of vulling tussen de twee lagen; de kozijnen zijn vervaardigd van plaatstaal met een dikte van tenminste 2 mm; in wanden waarop deze sterkte-eis niet van toepassing is, zijn zij van staal, met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag als omschreven in artikel 9.
h. De vloer is berekend op een nuttige belasting groot 10 kN/m2 bij een gebruik van vaste of verrolbare stellingen met 7 legborden op onderlinge afstanden van 35 cm. Het plafond wordt berekend voor de daarop rustende nuttige belasting vermeerderd met de bijzondere belasting, bedoeld in onderdeel e, indien het onder e gestelde van toepassing is.
i. Technische berekeningen en geldige TNO-rapporten aangaande het gestelde onder e, g en h worden desgevraagd overgelegd aan de algemene rijksarchivaris, dan wel, indien het een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats betreft, gedeputeerde staten.