BWBR0012666
Geldig vanaf 2001-07-19
Artikel 9
Meetregeling luchtkwaliteit
1. Monsterneming bij de in artikel 7bedoelde meetpunten op plaatsen die sterk door het verkeer worden beïnvloed, gebeurt zodanig dat:
a. de inlaatbuizen voor stikstofdioxide zijn gesitueerd binnen 5 meter van de wegrand;
b. de inlaatbuizen voor zwevende deeltjes (PM10) en lood zijn gesitueerd op een plaats die representatief is voor de luchtkwaliteit in de nabijheid van de rooilijn.
2. Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing bij meetpunten voor de meting van de luchtkwaliteit bij autosnelwegen.
a. de inlaatbuizen voor stikstofdioxide zijn gesitueerd binnen 5 meter van de wegrand;
b. de inlaatbuizen voor zwevende deeltjes (PM10) en lood zijn gesitueerd op een plaats die representatief is voor de luchtkwaliteit in de nabijheid van de rooilijn.
2. Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing bij meetpunten voor de meting van de luchtkwaliteit bij autosnelwegen.