BWBR0012666
Geldig vanaf 2001-07-19
Artikel 5
Meetregeling luchtkwaliteit
1. De zone noord bevat ten minste:
a. twee vaste meetstations voor zwaveldioxide;
b. twee vaste meetstations voor stikstofdioxide, waarvan er één tevens als meetstation voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
c. zeven vaste meetstations voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetstation voor lood.
2. De zone midden bevat ten minste:
a. twee vaste meetstations voor zwaveldioxide;
b. acht vaste meetstations voor stikstofdioxide;
c. acht vaste meetstations voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetstation voor lood.
3. De zone zuid bevat ten minste:
a. twee vaste meetstations voor zwaveldioxide;
b. drie vaste meetstations voor stikstofdioxide;
c. zeven vaste meetstations voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetstation voor lood.
a. twee vaste meetstations voor zwaveldioxide;
b. twee vaste meetstations voor stikstofdioxide, waarvan er één tevens als meetstation voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
c. zeven vaste meetstations voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetstation voor lood.
2. De zone midden bevat ten minste:
a. twee vaste meetstations voor zwaveldioxide;
b. acht vaste meetstations voor stikstofdioxide;
c. acht vaste meetstations voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetstation voor lood.
3. De zone zuid bevat ten minste:
a. twee vaste meetstations voor zwaveldioxide;
b. drie vaste meetstations voor stikstofdioxide;
c. zeven vaste meetstations voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetstation voor lood.