BWBR0012639
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 3
Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder
1. De commissie opleiding heeft tot taak:
a. de opleider en Onze Minister te adviseren over de opleiding;
b. beroepschriften van cursisten te behandelen tegen beslissingen van de opleider omtrent hun toelating tot de opleiding, de beoordeling van hun kennen en kunnen, en
c. beroepschriften van stagiairs te behandelen tegen beslissingen van de opleider omtrent de aantekening op de stageverklaring.
2. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderzoekt de commissie ten minste eens per twee jaren of de beroepsuitoefening door de gerechtsdeurwaarders en de kandidaat-gerechtsdeurwaarders reden geeft tot bijstelling van de opleiding. De commissie brengt verslag uit aan de opleider en zendt een afschrift van het verslag aan Onze Minister.
3. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a, adviseert de commissie de opleider jaarlijks met het oog op het komende cursusjaar. De opleider verstrekt de commissie de hiertoe noodzakelijke bescheiden, waaronder een verslag van het verloop van de opleiding. De commissie zendt een afschrift van het advies aan Onze Minister.
4. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan de commissie desgevraagd en uit eigen beweging advies uitbrengen aan de opleider en aan Onze Minister. Een afschrift van het advies wordt gezonden aan Onze Minister onderscheidenlijk de opleider.
a. de opleider en Onze Minister te adviseren over de opleiding;
b. beroepschriften van cursisten te behandelen tegen beslissingen van de opleider omtrent hun toelating tot de opleiding, de beoordeling van hun kennen en kunnen, en
c. beroepschriften van stagiairs te behandelen tegen beslissingen van de opleider omtrent de aantekening op de stageverklaring.
2. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderzoekt de commissie ten minste eens per twee jaren of de beroepsuitoefening door de gerechtsdeurwaarders en de kandidaat-gerechtsdeurwaarders reden geeft tot bijstelling van de opleiding. De commissie brengt verslag uit aan de opleider en zendt een afschrift van het verslag aan Onze Minister.
3. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a, adviseert de commissie de opleider jaarlijks met het oog op het komende cursusjaar. De opleider verstrekt de commissie de hiertoe noodzakelijke bescheiden, waaronder een verslag van het verloop van de opleiding. De commissie zendt een afschrift van het advies aan Onze Minister.
4. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan de commissie desgevraagd en uit eigen beweging advies uitbrengen aan de opleider en aan Onze Minister. Een afschrift van het advies wordt gezonden aan Onze Minister onderscheidenlijk de opleider.