BWBR0012639
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 2
Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder
1. Er is een commissie opleiding die bestaat uit vijf leden onder wie de voorzitter.
2. Onze Minister benoemt:
a. een rechterlijk ambtenaar belast met rechtspraak als voorzitter;
b. op voordracht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders twee gerechtsdeurwaarders als lid;
c. op voordracht van de Bond van personeel werkzaam in de rechtspraktijk en van kandidaat-gerechtsdeurwaarders twee toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders, niet zijnde stagiairs, als lid.
3. De leden van de commissie opleiding worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd.
4. Het lidmaatschap van de commissie opleiding eindigt:
a. door het verstrijken van de termijn waarvoor het lid is benoemd;
b. door ontslag, al dan niet op verzoek verleend door Onze Minister;
c. door overlijden;
d. indien het lid ophoudt te voldoen aan de hoedanigheid, bedoeld in het tweede lid;
e. per 31 december van het jaar waarin het lid de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt.
5. Degene die een functie vervult in de organisatie van een opleider kan geen lid zijn van de commissie opleiding.
2. Onze Minister benoemt:
a. een rechterlijk ambtenaar belast met rechtspraak als voorzitter;
b. op voordracht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders twee gerechtsdeurwaarders als lid;
c. op voordracht van de Bond van personeel werkzaam in de rechtspraktijk en van kandidaat-gerechtsdeurwaarders twee toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders, niet zijnde stagiairs, als lid.
3. De leden van de commissie opleiding worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd.
4. Het lidmaatschap van de commissie opleiding eindigt:
a. door het verstrijken van de termijn waarvoor het lid is benoemd;
b. door ontslag, al dan niet op verzoek verleend door Onze Minister;
c. door overlijden;
d. indien het lid ophoudt te voldoen aan de hoedanigheid, bedoeld in het tweede lid;
e. per 31 december van het jaar waarin het lid de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt.
5. Degene die een functie vervult in de organisatie van een opleider kan geen lid zijn van de commissie opleiding.