BWBR0012639
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 25
Besluit opleiding en stage kandidaat-gerechtsdeurwaarder
1. Na afloop van de stage verstrekt de gerechtsdeurwaarder de opleider gegevens met betrekking tot de werkzaamheden die de stagiair heeft verricht en diens kennen en kunnen. Indien de gerechtsdeurwaarder oordeelt dat het kennen en kunnen van de stagiaire onvoldoende is voor de zelfstandige uitoefening van werkzaamheden als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, omkleedt hij dat met redenen.
2. De opleider verstrekt de stagiair een verklaring dat de stage is voltooid. Op de verklaring wordt aangetekend in welke periode de stage is doorlopen. Indien de opleider oordeelt dat het kennen en kunnen van de stagiaire onvoldoende is voor de zelfstandige uitoefening van werkzaamheden als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, plaatst hij op de verklaring een met redenen omklede aantekening daartoe.
3. Het model van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt door de opleider vastgesteld en bij het opleidingsplan gevoegd.
4. De stagiair kan tegen het plaatsen van de aantekening beroep instellen bij de commissie opleiding. Artikel 10is van overeenkomstige toepassing.
2. De opleider verstrekt de stagiair een verklaring dat de stage is voltooid. Op de verklaring wordt aangetekend in welke periode de stage is doorlopen. Indien de opleider oordeelt dat het kennen en kunnen van de stagiaire onvoldoende is voor de zelfstandige uitoefening van werkzaamheden als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, plaatst hij op de verklaring een met redenen omklede aantekening daartoe.
3. Het model van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt door de opleider vastgesteld en bij het opleidingsplan gevoegd.
4. De stagiair kan tegen het plaatsen van de aantekening beroep instellen bij de commissie opleiding. Artikel 10is van overeenkomstige toepassing.