BWBR0012624
Geldig vanaf 2001-07-05
Artikel 3
Verspreidingsregeling vernieuwing landelijk gebied
1. De minister kan ieder begrotingsjaar één of meer aanvraagperioden instellen. De minister kan tevens één of meer aanvraagperioden instellen voor:
een bepaalde regio met een specifieke problematiek betreffende de in artikel 2, onderdeel a tot en met d, genoemde categorieën, of
een nader te bepalen subcategorie van projecten of projectonderdelen, die aan de verspreiding van kennis over innovatiemogelijkheden, bedoeld in artikel 2, bijdragen.
2. De minister stelt per aanvraagperiode een subsidieplafond vast.
3. De minister stelt gelijktijdig met de vaststelling van een subsidieplafond het in artikel 6, tweede lid, onderdeel e, bedoelde percentage vast.
4. De minister kan per aanvraagperiode afwegingscriteria vaststellen, die hij hanteert bij de beoordeling, bedoeld in artikel 10, eerste lid.
5. De minister maakt besluiten als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid bekend in de Staatscourant.
een bepaalde regio met een specifieke problematiek betreffende de in artikel 2, onderdeel a tot en met d, genoemde categorieën, of
een nader te bepalen subcategorie van projecten of projectonderdelen, die aan de verspreiding van kennis over innovatiemogelijkheden, bedoeld in artikel 2, bijdragen.
2. De minister stelt per aanvraagperiode een subsidieplafond vast.
3. De minister stelt gelijktijdig met de vaststelling van een subsidieplafond het in artikel 6, tweede lid, onderdeel e, bedoelde percentage vast.
4. De minister kan per aanvraagperiode afwegingscriteria vaststellen, die hij hanteert bij de beoordeling, bedoeld in artikel 10, eerste lid.
5. De minister maakt besluiten als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid bekend in de Staatscourant.