BWBR0012624
Geldig vanaf 2001-07-05
Artikel 11
Verspreidingsregeling vernieuwing landelijk gebied
1. De minister beslist, gelijktijdig op de aanvragen, die in dezelfde aanvraagperiode zijn ingediend.
2. De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vijf maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening is ingediend. Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.
3. De minister verstrekt subsidie tot een bedrag van ten hoogste € 453780,22 per project of projectonderdeel.
4. Indien meerdere projectonderdelen voor subsidiëring in aanmerking komen, verstrekt de minister in totaal een subsidie tot een bedrag van ten hoogste € 453780,22 voor het gehele project.
2. De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vijf maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening is ingediend. Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.
3. De minister verstrekt subsidie tot een bedrag van ten hoogste € 453780,22 per project of projectonderdeel.
4. Indien meerdere projectonderdelen voor subsidiëring in aanmerking komen, verstrekt de minister in totaal een subsidie tot een bedrag van ten hoogste € 453780,22 voor het gehele project.