BWBR0012508
Geldig vanaf 2001-06-09
Artikel 7
Subsidieregeling OCW-ESF 2000
1. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt kosten die door de aanvrager daadwerkelijk zijn gemaakt, die ten laste van de aanvrager zijn gebleven en die voor de uitvoering van het project noodzakelijk zijn. Desgevraagd zijn bewijsstukken van de gemaakte kosten over te leggen.
2. Voor de volgende soorten kosten gelden de navolgende specifieke eisen om als subsidiabele kosten, binnen het bepaalde in het eerste lid, aangemerkt te worden:
a. juridische kosten, notariële kosten, advieskosten en accountantskosten, voor zover direct noodzakelijk voor de voorbereiding of uitvoering van het project en voor de verantwoording over het project;
b. bankkosten, gemaakt voor het openen van afzonderlijke rekeningen voor het project, indien en voor zover direct noodzakelijk op grond van deze regeling;
c. kosten van huur en afschrijving op gebouwen en materieel, voor zover deze direct benodigd zijn voor de inhoud en de duur van het project, en op grond van een controleerbare berekening proportioneel zijn toe te rekenen. De afschrijving vindt plaats met termijnen die in de markt gebruikelijk zijn. Deze kosten zijn uitgesloten als de aanschaf heeft plaatsgehad met medefinanciering door nationale of Europese subsidie;
d. kosten van de lease van materieel, voor zover leasing aannemelijk de meest opportune verwervings- en financieringsmethode is om het voor het project noodzakelijke materieel in gebruik te verkrijgen;
e. kosten van de aankoop van tweedehands materieel, voor zover dit wordt verkregen tegen dusdanig lagere kosten dan nieuwe apparatuur, dat het afschrijven in termijnen niet meer in de markt gebruikelijk is en voor zover de verkoper schriftelijk verklaart dat de apparatuur in de zeven voorafgaande jaren niet met medefinanciering door nationale of Europese subsidie is aangeschaft;
f. de door de minister vooraf goedgekeurde bijdragen in natura van derden, niet uitgaande boven een door een onafhankelijk deskundige te bepalen waarde en voor zover op grond van een controleerbare berekening toe te rekenen aan het project.
3. De navolgende kosten zijn niet subsidiabel:
a. kosten die voor een project zijn gemaakt voor 1 januari 2000 of na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling voor het project;
b. kosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen die in het kader van de Wet inschakeling werkzoekenden, het Besluit in- en doorstroombanen of de Wet sociale werkvoorziening voor bekostiging in aanmerking kunnen worden gebracht;
c. uitgaven voor stimuleringsactiviteiten die krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden worden gedaan;
d. kosten van loonbetalingen of uitkeringen aan deelnemers;
e. proceskosten en kosten van boetes;
f. rente en kosten van financiële transacties;
g. kosten van adviseurs, aanvragers en onderuitvoerders die zijn bepaald als percentage van de totale kosten van het project of als percentage van de te ontvangen subsidie, alsmede kosten gemaakt voor activiteiten die de waarde van het project niet evenredig vergroten. Indien deze kosten zijn verwerkt in vergoedingen voor het voeren van administratieve werkzaamheden zijn deze niet subsidiabel voor zover deze de in de markt gebruikelijke tarieven per deelnemer overschrijden.
5. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten die tijdens de looptijd van het project zijn gemaakt, daaronder begrepen de kosten gemaakt ter voorbereiding van het project en gelegen uiterlijk drie maanden voor de startdatum van het project.
6. Voor de beoordeling of de gemaakte kosten subsidiabel zijn wordt uitgegaan van de bij het verzoek tot subsidieverlening overgelegde gegevens en de dienaangaande genomen beslissingen. De aanvrager licht afwijkingen gemotiveerd toe.
7. De niet-deelnemers gerelateerde kosten die gemaakt worden voor activiteiten die zowel worden verricht voor deelnemers aan een project als voor deelnemers die niet aan een project deelnemen worden naar verhouding uitgesplitst. Onder overlegging van een controleerbare berekening zijn de kosten toegerekend naar de deelnemers aan het project subsidiabel. Indien het aandeel van de niet-subsidiabele deelnemers in de activiteit minder dan 10% bedraagt, zijn alle kosten van het project naar rato subsidiabel en behoeft geen nadere uitsplitsing te worden gemaakt.
2. Voor de volgende soorten kosten gelden de navolgende specifieke eisen om als subsidiabele kosten, binnen het bepaalde in het eerste lid, aangemerkt te worden:
a. juridische kosten, notariële kosten, advieskosten en accountantskosten, voor zover direct noodzakelijk voor de voorbereiding of uitvoering van het project en voor de verantwoording over het project;
b. bankkosten, gemaakt voor het openen van afzonderlijke rekeningen voor het project, indien en voor zover direct noodzakelijk op grond van deze regeling;
c. kosten van huur en afschrijving op gebouwen en materieel, voor zover deze direct benodigd zijn voor de inhoud en de duur van het project, en op grond van een controleerbare berekening proportioneel zijn toe te rekenen. De afschrijving vindt plaats met termijnen die in de markt gebruikelijk zijn. Deze kosten zijn uitgesloten als de aanschaf heeft plaatsgehad met medefinanciering door nationale of Europese subsidie;
d. kosten van de lease van materieel, voor zover leasing aannemelijk de meest opportune verwervings- en financieringsmethode is om het voor het project noodzakelijke materieel in gebruik te verkrijgen;
e. kosten van de aankoop van tweedehands materieel, voor zover dit wordt verkregen tegen dusdanig lagere kosten dan nieuwe apparatuur, dat het afschrijven in termijnen niet meer in de markt gebruikelijk is en voor zover de verkoper schriftelijk verklaart dat de apparatuur in de zeven voorafgaande jaren niet met medefinanciering door nationale of Europese subsidie is aangeschaft;
f. de door de minister vooraf goedgekeurde bijdragen in natura van derden, niet uitgaande boven een door een onafhankelijk deskundige te bepalen waarde en voor zover op grond van een controleerbare berekening toe te rekenen aan het project.
3. De navolgende kosten zijn niet subsidiabel:
a. kosten die voor een project zijn gemaakt voor 1 januari 2000 of na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling voor het project;
b. kosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen die in het kader van de Wet inschakeling werkzoekenden, het Besluit in- en doorstroombanen of de Wet sociale werkvoorziening voor bekostiging in aanmerking kunnen worden gebracht;
c. uitgaven voor stimuleringsactiviteiten die krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden worden gedaan;
d. kosten van loonbetalingen of uitkeringen aan deelnemers;
e. proceskosten en kosten van boetes;
f. rente en kosten van financiële transacties;
g. kosten van adviseurs, aanvragers en onderuitvoerders die zijn bepaald als percentage van de totale kosten van het project of als percentage van de te ontvangen subsidie, alsmede kosten gemaakt voor activiteiten die de waarde van het project niet evenredig vergroten. Indien deze kosten zijn verwerkt in vergoedingen voor het voeren van administratieve werkzaamheden zijn deze niet subsidiabel voor zover deze de in de markt gebruikelijke tarieven per deelnemer overschrijden.
5. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten die tijdens de looptijd van het project zijn gemaakt, daaronder begrepen de kosten gemaakt ter voorbereiding van het project en gelegen uiterlijk drie maanden voor de startdatum van het project.
6. Voor de beoordeling of de gemaakte kosten subsidiabel zijn wordt uitgegaan van de bij het verzoek tot subsidieverlening overgelegde gegevens en de dienaangaande genomen beslissingen. De aanvrager licht afwijkingen gemotiveerd toe.
7. De niet-deelnemers gerelateerde kosten die gemaakt worden voor activiteiten die zowel worden verricht voor deelnemers aan een project als voor deelnemers die niet aan een project deelnemen worden naar verhouding uitgesplitst. Onder overlegging van een controleerbare berekening zijn de kosten toegerekend naar de deelnemers aan het project subsidiabel. Indien het aandeel van de niet-subsidiabele deelnemers in de activiteit minder dan 10% bedraagt, zijn alle kosten van het project naar rato subsidiabel en behoeft geen nadere uitsplitsing te worden gemaakt.