BWBR0012508
Geldig vanaf 2001-06-09
Artikel 5
Subsidieregeling OCW-ESF 2000
1. Een aanvrager completeert uiterlijk 15 juni 2001 de voorlopige aanvraag, bedoeld in artikel 2, derde lid, met gebruikmaking van de door de minister beschikbaar gestelde elektronische formats en formulieren.
2. Een instelling en een landelijk orgaan die gezamenlijk een project uitvoeren, dienen ieder afzonderlijk een subsidieaanvraag in. De aanvraag van een der partijen gaat vergezeld van een door beide partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
3. De subsidieaanvraag omvat in ieder geval de navolgende gegevens:
a. een projectplan;
b. de looptijd van het project met een maximale duur van vierentwintig maanden;
c. de doelgroepen waarop het project zich richt;
d. een begroting van het project met een gespecificeerde toelichting op de omvang en berekeningswijze van de verschillende kosten en baten, waarin tenminste zijn opgenomen: de kosten van het project, gespecificeerd naar aard en hoogte van de diverse kostenposten;
de integrale financiering van het project, uitgesplitst naar private financiering, publieke financiering en subsidie op grond van deze regeling. Bij deze uitsplitsing dient elke financierende partij te worden benoemd, de wijze waarop deze bijdragen berekend zijn, alsmede de elementaire voorwaarden waarvan verkrijging van deze financiering afhankelijk is;
de kosten van het project, gespecificeerd naar aard en hoogte van de diverse kostenposten;
de integrale financiering van het project, uitgesplitst naar private financiering, publieke financiering en subsidie op grond van deze regeling. Bij deze uitsplitsing dient elke financierende partij te worden benoemd, de wijze waarop deze bijdragen berekend zijn, alsmede de elementaire voorwaarden waarvan verkrijging van deze financiering afhankelijk is;
e. het gevraagde bedrag aan subsidie;
f. een aanduiding van de uitvoerders, die betrokken zijn bij het project;
g. een schriftelijke verklaring dat de kosten van het project niet medegefinancierd worden uit andere communautaire structuurfondsen of communautaire initiatieven.
4. De aanvrager verklaart ervoor zorg te dragen dat de financiering met middelen van derden uitsluitend geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst of besluit. Deze overeenkomst of dit besluit specificeert de bijdrage die door de derde beschikbaar wordt gesteld, de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de financierende partij en de elementaire voorwaarden waaronder deze bijdrage beschikbaar wordt gesteld. Een afschrift van deze overeenkomst of dit besluit wordt gevoegd bij de aanvraag.
5. Een aanvrager kan slechts taken op grond van deze regeling uitbesteden aan een uitvoerder op grond van een schriftelijke overeenkomst. In deze overeenkomst bedingt de aanvrager dat de uitvoerder de voorwaarden van deze regeling naleeft.
2. Een instelling en een landelijk orgaan die gezamenlijk een project uitvoeren, dienen ieder afzonderlijk een subsidieaanvraag in. De aanvraag van een der partijen gaat vergezeld van een door beide partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
3. De subsidieaanvraag omvat in ieder geval de navolgende gegevens:
a. een projectplan;
b. de looptijd van het project met een maximale duur van vierentwintig maanden;
c. de doelgroepen waarop het project zich richt;
d. een begroting van het project met een gespecificeerde toelichting op de omvang en berekeningswijze van de verschillende kosten en baten, waarin tenminste zijn opgenomen: de kosten van het project, gespecificeerd naar aard en hoogte van de diverse kostenposten;
de integrale financiering van het project, uitgesplitst naar private financiering, publieke financiering en subsidie op grond van deze regeling. Bij deze uitsplitsing dient elke financierende partij te worden benoemd, de wijze waarop deze bijdragen berekend zijn, alsmede de elementaire voorwaarden waarvan verkrijging van deze financiering afhankelijk is;
de kosten van het project, gespecificeerd naar aard en hoogte van de diverse kostenposten;
de integrale financiering van het project, uitgesplitst naar private financiering, publieke financiering en subsidie op grond van deze regeling. Bij deze uitsplitsing dient elke financierende partij te worden benoemd, de wijze waarop deze bijdragen berekend zijn, alsmede de elementaire voorwaarden waarvan verkrijging van deze financiering afhankelijk is;
e. het gevraagde bedrag aan subsidie;
f. een aanduiding van de uitvoerders, die betrokken zijn bij het project;
g. een schriftelijke verklaring dat de kosten van het project niet medegefinancierd worden uit andere communautaire structuurfondsen of communautaire initiatieven.
4. De aanvrager verklaart ervoor zorg te dragen dat de financiering met middelen van derden uitsluitend geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst of besluit. Deze overeenkomst of dit besluit specificeert de bijdrage die door de derde beschikbaar wordt gesteld, de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de financierende partij en de elementaire voorwaarden waaronder deze bijdrage beschikbaar wordt gesteld. Een afschrift van deze overeenkomst of dit besluit wordt gevoegd bij de aanvraag.
5. Een aanvrager kan slechts taken op grond van deze regeling uitbesteden aan een uitvoerder op grond van een schriftelijke overeenkomst. In deze overeenkomst bedingt de aanvrager dat de uitvoerder de voorwaarden van deze regeling naleeft.