BWBR0012508
Geldig vanaf 2001-06-09
Artikel 13
Subsidieregeling OCW-ESF 2000
1. Een aanvrager dient binnen drie maanden na de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde einddatum van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in door overlegging van een eindrapportage en een financieel verslag dat aansluit bij de bij de subsidieaanvraag overgelegde projectbegroting en daarbij behorende toelichting. De aanvrager maakt gebruik van de door de minister beschikbaar gestelde elektronische formats en formulieren.
2. Het financieel verslag bevat tenminste een gespecificeerde opgave van:
a. de gemaakte kosten ten behoeve van het project;
b. de genoten inkomsten ten behoeve van het project;
c. de gerealiseerde financiering ten behoeve van het project.
3. De eindrapportage houdt tenminste de navolgende gegevens in:
a. de aard en omvang van het project waarvoor subsidie werd verleend en een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen, alsmede
b. een omschrijving van de behaalde resultaten van het project en uitstroom van de deelnemers.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In die verklaring verklaart de accountant dat het financiële verslag voldoet aan de van toepassing zijnde verplichtingen krachtens deze regeling, alsmede dat het financiële verslag verenigbaar is met de eindrapportage. De accountantsverklaring dient bovendien tot stand te zijn gekomen volgens het door de minister vastgestelde accountantsprotocol.
5. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend door overlegging van een naar waarheid ondertekend en volledig ingevuld formulier waarvan het model door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. Het financieel verslag bevat tenminste een gespecificeerde opgave van:
a. de gemaakte kosten ten behoeve van het project;
b. de genoten inkomsten ten behoeve van het project;
c. de gerealiseerde financiering ten behoeve van het project.
3. De eindrapportage houdt tenminste de navolgende gegevens in:
a. de aard en omvang van het project waarvoor subsidie werd verleend en een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen, alsmede
b. een omschrijving van de behaalde resultaten van het project en uitstroom van de deelnemers.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In die verklaring verklaart de accountant dat het financiële verslag voldoet aan de van toepassing zijnde verplichtingen krachtens deze regeling, alsmede dat het financiële verslag verenigbaar is met de eindrapportage. De accountantsverklaring dient bovendien tot stand te zijn gekomen volgens het door de minister vastgestelde accountantsprotocol.
5. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend door overlegging van een naar waarheid ondertekend en volledig ingevuld formulier waarvan het model door de minister beschikbaar wordt gesteld.