BWBR0012493
Geldig vanaf 2001-05-16
Artikel 8
Subsidieregeling ESF-EQUAL
1. Degene aan wie voorbereidingssubsidie is verleend kan voor de uitvoering van het toegewezen project een projectsubsidieaanvraag bij de minister indienen.
2. Een aanvraag dient te worden ingediend binnen 6 maanden na de datum van verlening van de voorbereidingssubsidie.
3. Een aanvraag heeft steeds betrekking op één project, waarvan de looptijd niet langer dan 2,5 jaren mag zijn, en dat in hoofdzaak gericht moet zijn op één van de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderwerpen.
4. De aanvraag wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat daartoe door de minister ter beschikking wordt gesteld, en bevat in ieder geval een projectbeschrijving, een financieringsplan en een beschrijving van de administratieve organisatie van het project.
5. Indien de aanvrager voor de financiering van het te subsidiëren project middelen van derden inzet, dient dit te geschieden op basis van een schriftelijke overeenkomst met, dan wel schriftelijke toezegging van, die derden. In de overeenkomst wordt de bijdrage die door die derde wordt verschaft vastgelegd, alsmede de voorwaarden waaronder deze ter beschikking wordt gesteld. Een afschrift van de overeenkomst wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd.
De reservering van aanvullende subsidiemiddelen krachtens artikel 7, tweede lid, wordt voor de toepassing van dit artikellid gelijkgesteld met een schriftelijke toezegging.
6. Bij de aanvraag dient een afschrift te zijn gevoegd van de samenwerkingsovereenkomst die de aanvrager is aangegaan met andere belanghebbenden bij het project, waarin ieders bijdrage aan, en betrokkenheid bij, het project, alsmede ieders bevoegdheden bij de besluitvorming duidelijk zijn omschreven.
7. Bij de aanvraag dient een afschrift te zijn gevoegd van een door aanvrager aangegane overeenkomst voor transnationale samenwerking overeenkomstig een door de minister vastgesteld model.
8. Op de aanvraag wordt uiterlijk 8 weken na ontvangst beschikt.
2. Een aanvraag dient te worden ingediend binnen 6 maanden na de datum van verlening van de voorbereidingssubsidie.
3. Een aanvraag heeft steeds betrekking op één project, waarvan de looptijd niet langer dan 2,5 jaren mag zijn, en dat in hoofdzaak gericht moet zijn op één van de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderwerpen.
4. De aanvraag wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat daartoe door de minister ter beschikking wordt gesteld, en bevat in ieder geval een projectbeschrijving, een financieringsplan en een beschrijving van de administratieve organisatie van het project.
5. Indien de aanvrager voor de financiering van het te subsidiëren project middelen van derden inzet, dient dit te geschieden op basis van een schriftelijke overeenkomst met, dan wel schriftelijke toezegging van, die derden. In de overeenkomst wordt de bijdrage die door die derde wordt verschaft vastgelegd, alsmede de voorwaarden waaronder deze ter beschikking wordt gesteld. Een afschrift van de overeenkomst wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd.
De reservering van aanvullende subsidiemiddelen krachtens artikel 7, tweede lid, wordt voor de toepassing van dit artikellid gelijkgesteld met een schriftelijke toezegging.
6. Bij de aanvraag dient een afschrift te zijn gevoegd van de samenwerkingsovereenkomst die de aanvrager is aangegaan met andere belanghebbenden bij het project, waarin ieders bijdrage aan, en betrokkenheid bij, het project, alsmede ieders bevoegdheden bij de besluitvorming duidelijk zijn omschreven.
7. Bij de aanvraag dient een afschrift te zijn gevoegd van een door aanvrager aangegane overeenkomst voor transnationale samenwerking overeenkomstig een door de minister vastgesteld model.
8. Op de aanvraag wordt uiterlijk 8 weken na ontvangst beschikt.