1. De begunstigde dient binnen 10 maanden na de datum waarop hem een voorbereidingssubsidie werd verleend een verzoek in om vaststelling van het bedrag aan voorbereidingssubsidie waarop aanspraak bestaat;
2. De begunstigde dient binnen 3 maanden na beëindiging van het project waarvoor een projectsubsidie werd verleend een verzoek in om vaststelling van het bedrag aan ESF-EQUAL-projectsubsidie en, indien van toepassing, aanvullende projectsubsidie waarop aanspraak bestaat.
3. Het verzoek wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister ter beschikking wordt gesteld, en bevat een eindrapportage en een declaratie van de gemaakte subsidiabele kosten, als bedoeld in artikel 12.
4. De einddeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het in bijlage 1 bij dit besluitopgenomen model.
5. De hoogte van het vastgestelde subsidiebedrag wordt uiterlijk drie maanden na de datum van indiening van het krachtens het eerste of tweede lid gedane verzoek door de minister schriftelijk medegedeeld aan de begunstigde.