BWBR0012493
Geldig vanaf 2001-05-16
Artikel 5
Subsidieregeling ESF-EQUAL
1. Aanmelding van projecten met het oog op reservering van subsidiemiddelen en verlening van voorbereidingssubsidie kan slechts plaatsvinden gedurende een krachtens artikel 4door de minister vastgesteld aanmeldingstijdvak.
2. De aanmelding geschiedt per project; voor de aanmelding dient gebruik te worden gemaakt van een formulier dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
3. Bij de aanmelding dienen in ieder geval de volgende gegevens te worden verstrekt:
a. een beschrijving van de aard van het project dat men voor subsidie in aanmerking zou willen brengen en de daarmee beoogde resultaten, waarbij wordt aangegeven op welk van de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderwerpen het project betrekking heeft;
b. een indicatief financieringsplan, waarin de voorbereidingskosten duidelijk worden onderscheiden;
c. de beoogde administratieve organisatie voor de uitvoering van het project;
d. de aard van de samenwerkingsrelatie die de aanvrager voornemens is aan te gaan met transnationale partners, en met belanghebbenden bij het project;
e. een indicatief plan met betrekking tot het toekomstig gebruik van de resultaten van het project, en de verspreiding daarvan.
4. De minister kan van de aanvrager aanvullende gegevens verlangen, of inzage verlangen in de administratie van de aanvrager.
5. De aanvrager ontvangt uiterlijk 4 maanden na het sluiten van het aanmeldingstijdvak een beschikking, of ten behoeve van het door hem aangemelde project subsidiemiddelen zullen worden gereserveerd, en tot aan welk bedrag voorbereidingssubsidie met betrekking tot het project wordt verleend.
2. De aanmelding geschiedt per project; voor de aanmelding dient gebruik te worden gemaakt van een formulier dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
3. Bij de aanmelding dienen in ieder geval de volgende gegevens te worden verstrekt:
a. een beschrijving van de aard van het project dat men voor subsidie in aanmerking zou willen brengen en de daarmee beoogde resultaten, waarbij wordt aangegeven op welk van de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderwerpen het project betrekking heeft;
b. een indicatief financieringsplan, waarin de voorbereidingskosten duidelijk worden onderscheiden;
c. de beoogde administratieve organisatie voor de uitvoering van het project;
d. de aard van de samenwerkingsrelatie die de aanvrager voornemens is aan te gaan met transnationale partners, en met belanghebbenden bij het project;
e. een indicatief plan met betrekking tot het toekomstig gebruik van de resultaten van het project, en de verspreiding daarvan.
4. De minister kan van de aanvrager aanvullende gegevens verlangen, of inzage verlangen in de administratie van de aanvrager.
5. De aanvrager ontvangt uiterlijk 4 maanden na het sluiten van het aanmeldingstijdvak een beschikking, of ten behoeve van het door hem aangemelde project subsidiemiddelen zullen worden gereserveerd, en tot aan welk bedrag voorbereidingssubsidie met betrekking tot het project wordt verleend.