BWBR0012463
Geldig vanaf 2003-06-06
Artikel 2
Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998
1. Een in Nederland gevestigde producent van duurzame elektriciteit verzoekt de netbeheerder vast te stellen of zijn productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit alsmede of de meetinrichting geschikt is voor de meting van de elektriciteit die met de productie-installatie wordt opgewekt en op het net ingevoed, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. Naar aanleiding van het verzoek stelt de netbeheerder vast of de installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit en of de meter geschikt is om de hoeveelheid op het net ingevoede duurzame elektriciteit te meten, door een administratief onderzoek in te stellen naar de installatie en de aansluiting daarvan op het net.
3. De netbeheerder kan in aanvulling op het administratief onderzoek en ter verificatie van de in het formulier opgenomen gegevens de installatie van de producent onderzoeken om te bepalen welk gedeelte van de totale hoeveelheid door de installatie opgewekte en op het net ingevoede elektriciteit kan worden aangemerkt als duurzame elektriciteit.
4. De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
2. Naar aanleiding van het verzoek stelt de netbeheerder vast of de installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit en of de meter geschikt is om de hoeveelheid op het net ingevoede duurzame elektriciteit te meten, door een administratief onderzoek in te stellen naar de installatie en de aansluiting daarvan op het net.
3. De netbeheerder kan in aanvulling op het administratief onderzoek en ter verificatie van de in het formulier opgenomen gegevens de installatie van de producent onderzoeken om te bepalen welk gedeelte van de totale hoeveelheid door de installatie opgewekte en op het net ingevoede elektriciteit kan worden aangemerkt als duurzame elektriciteit.
4. De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.