BWBR0012353
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 9
Tijdelijke regeling uitkering kwaliteitsverbetering indicatiestelling
1. Vóór 1 januari 2004 legt een gemeente waaraan een uitkering dan wel een uitkering en een aanvullende uitkering zijn verstrekt een verantwoording over waaruit blijkt in hoeverre de uitkering dan wel de uitkering en de aanvullende uitkering vóór 1 september 2003 zijn besteed aan de activiteiten waarvoor deze zijn bestemd.
2. De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag, waarbij inzicht wordt gegeven in de aard, duur en omvang van de in het kader van deze regeling verrichte activiteiten. Indien een aanvullende uitkering is verleend, wordt in de verantwoording afzonderlijk ingegaan op de wijze waarop en de mate waarin die uitkering is gebruikt voor het bereiken van de in artikel 7a, tweede lid, beschreven doelen. Indien het activiteitenplan nog niet geheel is uitgevoerd, wordt, voorzover de in het plan opgenomen termijnen zijn overschreden, onderbouwd aangegeven aan welke omstandigheden dit te wijten is en op welke termijn het activiteitenplan alsnog zal worden uitgevoerd.
3. Indien de overeenkomstig artikel 3berekende uitkering, dan wel de som van de overeenkomstig artikel 3berekende uitkering en de overeenkomstig artikel 7aberekende aanvullende uitkering meer bedroeg dan € 57 000 is de in het eerste lid bedoelde verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
4. De minister kan nadere regels stellen voor de inrichting van de verantwoording en de verklaring.
2. De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag, waarbij inzicht wordt gegeven in de aard, duur en omvang van de in het kader van deze regeling verrichte activiteiten. Indien een aanvullende uitkering is verleend, wordt in de verantwoording afzonderlijk ingegaan op de wijze waarop en de mate waarin die uitkering is gebruikt voor het bereiken van de in artikel 7a, tweede lid, beschreven doelen. Indien het activiteitenplan nog niet geheel is uitgevoerd, wordt, voorzover de in het plan opgenomen termijnen zijn overschreden, onderbouwd aangegeven aan welke omstandigheden dit te wijten is en op welke termijn het activiteitenplan alsnog zal worden uitgevoerd.
3. Indien de overeenkomstig artikel 3berekende uitkering, dan wel de som van de overeenkomstig artikel 3berekende uitkering en de overeenkomstig artikel 7aberekende aanvullende uitkering meer bedroeg dan € 57 000 is de in het eerste lid bedoelde verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
4. De minister kan nadere regels stellen voor de inrichting van de verantwoording en de verklaring.