BWBR0012353
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 7
Tijdelijke regeling uitkering kwaliteitsverbetering indicatiestelling
1. In het activiteitenplan wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijnen de volgende resultaten zullen worden bereikt:
a. het realiseren van een zodanige omvang van het werkgebied dat verantwoorde indicatiestelling gewaarborgd is;
b. het integreren van de advisering voor voorzieningen in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten;
c. het afstoten van werkzaamheden die behoren tot de verantwoordelijkheden van zorgverzekeraars en zorgaanbieders;
d. een doelmatige interne bedrijfsvoering van een indicatieorgaan;
e. afstemming met zorgverzekeraars ten aanzien van registratie van gegevens;
f. voorzieningen om de inbreng van door patiënten- en consumentenorganisaties aangewezen leden van indicatieorganen te ondersteunen.
2. Een werkgebied wordt, tenzij de zorgkantoorregio slechts één gemeente beslaat, geacht te voldoen aan het eerste lid, onder a, indien in de zorgkantoorregio niet meer dan twee indicatieorganen werkzaam zijn die elk een evenwichtig deel van de zorgkantoorregio beslaan.
3. Indien de betrokken gemeenten van oordeel zijn dat ten aanzien van het indicatieorgaan reeds is voldaan aan één of meerdere van de in het eerste lid genoemde doelstellingen, wordt zulks gemotiveerd aangegeven in het activiteitenplan. Indien de minister dit oordeel niet deelt, worden de gemeenten in de gelegenheid gesteld, binnen een door de minister daartoe gestelde termijn, het activiteitenplan ter zake aan te passen.
4. Het activiteitenplan wordt opgesteld overeenkomstig het model dat als bijlage 3bij deze regeling is gevoegd.
a. het realiseren van een zodanige omvang van het werkgebied dat verantwoorde indicatiestelling gewaarborgd is;
b. het integreren van de advisering voor voorzieningen in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten;
c. het afstoten van werkzaamheden die behoren tot de verantwoordelijkheden van zorgverzekeraars en zorgaanbieders;
d. een doelmatige interne bedrijfsvoering van een indicatieorgaan;
e. afstemming met zorgverzekeraars ten aanzien van registratie van gegevens;
f. voorzieningen om de inbreng van door patiënten- en consumentenorganisaties aangewezen leden van indicatieorganen te ondersteunen.
2. Een werkgebied wordt, tenzij de zorgkantoorregio slechts één gemeente beslaat, geacht te voldoen aan het eerste lid, onder a, indien in de zorgkantoorregio niet meer dan twee indicatieorganen werkzaam zijn die elk een evenwichtig deel van de zorgkantoorregio beslaan.
3. Indien de betrokken gemeenten van oordeel zijn dat ten aanzien van het indicatieorgaan reeds is voldaan aan één of meerdere van de in het eerste lid genoemde doelstellingen, wordt zulks gemotiveerd aangegeven in het activiteitenplan. Indien de minister dit oordeel niet deelt, worden de gemeenten in de gelegenheid gesteld, binnen een door de minister daartoe gestelde termijn, het activiteitenplan ter zake aan te passen.
4. Het activiteitenplan wordt opgesteld overeenkomstig het model dat als bijlage 3bij deze regeling is gevoegd.