BWBR0012353
Geldig vanaf 2001-04-01
Artikel 7a
Tijdelijke regeling uitkering kwaliteitsverbetering indicatiestelling
1. De minister kan voor de periode van 18 januari 2001 tot 1 september 2003 een aanvullende uitkering verstrekken als bijdrage in de kosten van het realiseren van het activiteitenplan, bedoeld in artikel 2, eerste lid, alsmede als bijdrage in de kosten van het verbeteren van de bedrijfsvoering door een indicatieorgaan.
2. De aanvullende uitkering wordt in ieder geval gebruikt om:
a. te bevorderen dat de advisering over voorzieningen in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten voor 1 september 2003 is geïntegreerd, of
b. te voorkomen dat het aantal afgegeven indicaties gedurende perioden waarin medewerkers van een indicatieorgaan een opleiding volgen, daalt.
3. Indien een indicatieorgaan slechts werkzaam is ten behoeve van de inwoners van één gemeente, wordt de aanvullende uitkering aan die gemeente verstrekt. De aanvullende uitkering bestaat uit het in bijlage 4bij deze regeling voor de betrokken gemeente bepaalde bedrag.
4. Indien een indicatieorgaan werkzaam is ten behoeve van de inwoners van meerdere gemeenten, wordt de aanvullende uitkering verstrekt aan de overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aangewezen gemeente. De aanvullende uitkering bestaat uit de som van de in bijlage 4bij deze regeling opgenomen bedragen voor de gemeenten die tot het werkgebied van het indicatieorgaan behoren.
2. De aanvullende uitkering wordt in ieder geval gebruikt om:
a. te bevorderen dat de advisering over voorzieningen in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten voor 1 september 2003 is geïntegreerd, of
b. te voorkomen dat het aantal afgegeven indicaties gedurende perioden waarin medewerkers van een indicatieorgaan een opleiding volgen, daalt.
3. Indien een indicatieorgaan slechts werkzaam is ten behoeve van de inwoners van één gemeente, wordt de aanvullende uitkering aan die gemeente verstrekt. De aanvullende uitkering bestaat uit het in bijlage 4bij deze regeling voor de betrokken gemeente bepaalde bedrag.
4. Indien een indicatieorgaan werkzaam is ten behoeve van de inwoners van meerdere gemeenten, wordt de aanvullende uitkering verstrekt aan de overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aangewezen gemeente. De aanvullende uitkering bestaat uit de som van de in bijlage 4bij deze regeling opgenomen bedragen voor de gemeenten die tot het werkgebied van het indicatieorgaan behoren.