BWBR0012284
Geldig vanaf 2001-03-10
Artikel 9
Subsidieregeling bedrijfsgebonden vaarwegaansluitingen (SBV)
1. Binnen twaalf weken na ontvangst van de in artikel 8, derde lid, bedoelde aanvraag tot vaststelling van de subsidie en de daarbij behorende bescheiden en gegevens, stelt de Minister de subsidie vast. Binnen tien weken na de subsidievaststelling wordt het subsidiebedrag uitbetaald.
2. Indien de subsidieontvanger binnen de in artikel 8, derde lid, bedoelde termijn geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft ingediend, stelt de Minister binnen twaalf weken na ontvangst van de in artikel 8, derde lid, bedoelde overige stukken de subsidie ambtshalve vast.
3. Indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 8, derde lid, blijkt dat de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project lager zijn dan de kosten op grond waarvan de beschikking tot subsidieverlening is gegeven, wordt de subsidie vastgesteld op grond van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiepercentage, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, van de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project.
4. Het vastgestelde subsidiebedrag is niet hoger dan het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
5. Indien het vastgestelde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds als voorschot is uitbetaald, wordt het meerdere binnen tien weken na de dag waarop de subsidievaststelling is bekend gemaakt, uitbetaald.
6. Indien ingevolge het derde lid het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan hetgeen reeds als voorschot is uitbetaald, betaalt de subsidieontvanger op eerste vordering van de Minister binnen een daarbij te bepalen termijn het te veel betaalde terug.
2. Indien de subsidieontvanger binnen de in artikel 8, derde lid, bedoelde termijn geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft ingediend, stelt de Minister binnen twaalf weken na ontvangst van de in artikel 8, derde lid, bedoelde overige stukken de subsidie ambtshalve vast.
3. Indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 8, derde lid, blijkt dat de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project lager zijn dan de kosten op grond waarvan de beschikking tot subsidieverlening is gegeven, wordt de subsidie vastgesteld op grond van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiepercentage, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, van de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project.
4. Het vastgestelde subsidiebedrag is niet hoger dan het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
5. Indien het vastgestelde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds als voorschot is uitbetaald, wordt het meerdere binnen tien weken na de dag waarop de subsidievaststelling is bekend gemaakt, uitbetaald.
6. Indien ingevolge het derde lid het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan hetgeen reeds als voorschot is uitbetaald, betaalt de subsidieontvanger op eerste vordering van de Minister binnen een daarbij te bepalen termijn het te veel betaalde terug.