BWBR0012284
Geldig vanaf 2001-03-10
Artikel 3
Subsidieregeling bedrijfsgebonden vaarwegaansluitingen (SBV)
1. Het subsidieplafond dat per jaar voor het verlenen van subsidies ingevolge deze regeling beschikbaar is, is gelijk aan het bedrag dat in de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voor dat desbetreffende jaar daarvoor op artikel IF 02.02.02 van het Infrastructuurfonds beschikbaar wordt gesteld, rekening houdend met uitgaven betreffende in eerdere jaren verleende subsidies.
2. Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten welke naar het oordeel van de Minister redelijkerwijs door andere kostendragers kunnen worden gedragen, buiten beschouwing gelaten.
3. De kosten van de subsidiabele onderdelen van het project worden slechts voorzover zij aantoonbaar betrekking hebben op het project en voorzover zij in redelijkheid noodzakelijk zijn, in aanmerking genomen.
4. De subsidie voor een project bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele projectkosten (inclusief VAT-kosten en exclusief BTW), maar niet meer dan f 1.500.000,- / € 680.670,32 (inclusief VAT-kosten en exclusief BTW), met dien verstande dat, indien uit anderen hoofde dan deze regeling, financiële steun is verleend dan wel aanspraak daarop bestaat, de subsidie op grond van deze regeling zodanig wordt verlaagd dat het totaal van alle verstrekte subsidies voor initiële of uitbreidingsinvesteringen niet meer dan 50% van de totale projectkosten bedraagt.
5. Om de hoogte van de in het vierde lid bedoelde subsidie te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de berekeningsmethodiek, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.
2. Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten welke naar het oordeel van de Minister redelijkerwijs door andere kostendragers kunnen worden gedragen, buiten beschouwing gelaten.
3. De kosten van de subsidiabele onderdelen van het project worden slechts voorzover zij aantoonbaar betrekking hebben op het project en voorzover zij in redelijkheid noodzakelijk zijn, in aanmerking genomen.
4. De subsidie voor een project bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele projectkosten (inclusief VAT-kosten en exclusief BTW), maar niet meer dan f 1.500.000,- / € 680.670,32 (inclusief VAT-kosten en exclusief BTW), met dien verstande dat, indien uit anderen hoofde dan deze regeling, financiële steun is verleend dan wel aanspraak daarop bestaat, de subsidie op grond van deze regeling zodanig wordt verlaagd dat het totaal van alle verstrekte subsidies voor initiële of uitbreidingsinvesteringen niet meer dan 50% van de totale projectkosten bedraagt.
5. Om de hoogte van de in het vierde lid bedoelde subsidie te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de berekeningsmethodiek, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.