BWBR0012262
Geldig vanaf 2001-03-02
Artikel 3
Besluit samenstelling en werkwijze toetsingscommissie uittreding zittende magistratuur
1. Aan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, een lid of een plaatsvervangend lid wordt door Onze Minister van Veiligheid en Justitie ontslag verleend op eigen verzoek.
2. Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, een lid of een plaatsvervangend lid de ingevolge artikel 2, eerste lid, vereiste hoedanigheid verliest, wordt door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aan hem ontslag verleend.
3. Degene die in de plaats van degene aan wie ontslag als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verleend, wordt benoemd tot voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid of plaatsvervangend lid, wordt in afwijking van artikel 2, tweede lid, benoemd voor de periode gedurende welke zijn voorganger, gerekend vanaf de datum van zijn ontslag, nog benoemd zou zijn geweest.
2. Indien de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, een lid of een plaatsvervangend lid de ingevolge artikel 2, eerste lid, vereiste hoedanigheid verliest, wordt door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aan hem ontslag verleend.
3. Degene die in de plaats van degene aan wie ontslag als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verleend, wordt benoemd tot voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid of plaatsvervangend lid, wordt in afwijking van artikel 2, tweede lid, benoemd voor de periode gedurende welke zijn voorganger, gerekend vanaf de datum van zijn ontslag, nog benoemd zou zijn geweest.