BWBR0012262
Geldig vanaf 2001-03-02
Artikel 2
Besluit samenstelling en werkwijze toetsingscommissie uittreding zittende magistratuur
1. De commissie bestaat uit:
a. een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, met rechtspraak belast lid van de Centrale Raad van Beroep dan wel het College van Beroep voor het bedrijfsleven, bij een van deze gerechten benoemd senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of griffier, een rechter in opleiding of officier in opleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie, of ambtenaar bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie of een instelling, dienst of bedrijf dat onder dat ministerie ressorteert;
b. een lid en een plaatsvervangend lid, aan te wijzen door de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak uit de kring van met rechtspraak belaste leden van de tot de rechterlijke macht behorende gerechten, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de bij deze gerechten benoemde senior-gerechtsauditeurs, gerechtsauditeurs en griffiers; en
c. een lid en een plaatsvervangend lid, zijnde ambtenaar bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
2. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden worden door Onze Minister van Veiligheid en Justitie benoemd voor een periode van drie jaar.
3. Onze Minister van Veiligheid en Justitie benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter niet dan nadat hij de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft gehoord.
4. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kunnen worden herbenoemd.
a. een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, met rechtspraak belast lid van de Centrale Raad van Beroep dan wel het College van Beroep voor het bedrijfsleven, bij een van deze gerechten benoemd senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of griffier, een rechter in opleiding of officier in opleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie, of ambtenaar bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie of een instelling, dienst of bedrijf dat onder dat ministerie ressorteert;
b. een lid en een plaatsvervangend lid, aan te wijzen door de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak uit de kring van met rechtspraak belaste leden van de tot de rechterlijke macht behorende gerechten, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de bij deze gerechten benoemde senior-gerechtsauditeurs, gerechtsauditeurs en griffiers; en
c. een lid en een plaatsvervangend lid, zijnde ambtenaar bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
2. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden worden door Onze Minister van Veiligheid en Justitie benoemd voor een periode van drie jaar.
3. Onze Minister van Veiligheid en Justitie benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter niet dan nadat hij de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft gehoord.
4. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kunnen worden herbenoemd.