BWBR0012205
Geldig vanaf 2001-02-09
Artikel 13
Regeling huisvesting en verzorging proefdieren
1. In dierverblijven is een regelbare verlichting aanwezig, aangepast aan de diersoort.
2. In dierverblijven bedraagt de maximaal toelaatbare lichtintensiteit, verticaal op dierhoogte gemeten, voor alle zoogdieren 350 lux, zonodig met uitzondering van de periode van inspectie, behandeling of verzorging van de dieren.
3. De maximaal toelaatbare lichtintensiteit bedraagt, verticaal op dierhoogte gemeten, voor albino-dieren 60 lux, met uitzondering van de periode van behandeling of verzorging van de dieren.
4. De lengte van de licht- en donkerperioden dient te zijn afgestemd op de diersoort en bedraagt:
a. voor honden en katten: minimaal 10 tot 12 uur licht;
b. voor knaagdieren en konijnen: 12 uur licht en 12 uur donker.
2. In dierverblijven bedraagt de maximaal toelaatbare lichtintensiteit, verticaal op dierhoogte gemeten, voor alle zoogdieren 350 lux, zonodig met uitzondering van de periode van inspectie, behandeling of verzorging van de dieren.
3. De maximaal toelaatbare lichtintensiteit bedraagt, verticaal op dierhoogte gemeten, voor albino-dieren 60 lux, met uitzondering van de periode van behandeling of verzorging van de dieren.
4. De lengte van de licht- en donkerperioden dient te zijn afgestemd op de diersoort en bedraagt:
a. voor honden en katten: minimaal 10 tot 12 uur licht;
b. voor knaagdieren en konijnen: 12 uur licht en 12 uur donker.