BWBR0012205
Geldig vanaf 2001-02-09
Artikel 10
Regeling huisvesting en verzorging proefdieren
1. Voor de temperatuur in dierverblijven waarin volwassen dieren worden gehuisvest worden de volgende onder- en bovengrenzen aangehouden:
a. knaagdieren: 19 tot 24 °C;
b. cavia's: 16 tot 24 °C;
c. kwartels en kleine vogels: 20 tot 24 °C;
d. konijnen, honden, katten, en fretten: 15 tot 24 °C;
e. paarden, runderen, schapen, geiten, varkens, kippen, eenden en duiven: 10 tot 24 °C.
2. De temperatuur wordt minimaal eenmaal per dag nauwkeurig gecontroleerd en geregistreerd.
a. knaagdieren: 19 tot 24 °C;
b. cavia's: 16 tot 24 °C;
c. kwartels en kleine vogels: 20 tot 24 °C;
d. konijnen, honden, katten, en fretten: 15 tot 24 °C;
e. paarden, runderen, schapen, geiten, varkens, kippen, eenden en duiven: 10 tot 24 °C.
2. De temperatuur wordt minimaal eenmaal per dag nauwkeurig gecontroleerd en geregistreerd.