BWBR0012103
Geldig vanaf 2016-07-13
Artikel 2
Regeling bijzondere ontslaguitkering politie
1. In deze regeling wordt verstaan onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Besluit bezoldiging politie, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de uitkering, bedoeld in artikel 25b van het Besluit bezoldiging politie, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaand aan het ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad.
2. Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestond, wordt in zoverre in afwijking van het eerste lid, als bezoldiging aangemerkt, het gemiddelde van die wisselende inkomsten over die twaalf maanden. In afwijking van de eerste volzin worden, indien het ontslag direct vooraf wordt gegaan door een periode waarin vakantie of verlof wordt genoten, de twaalf volle kalendermaanden gerekend vanaf de dag voorafgaand aan de vakantie of het verlof.
3. Indien de betrokkene voorafgaand aan het ontslag non-activiteit genoot als bedoeld in artikel 13b van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt verstaan onder bezoldiging: de berekeningsbasis voor het non-activiteitsinkomen, zoals bedoeld in artikel 29aen 29b van het Besluit bezoldiging politie.
4. De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met het derde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.
2. Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestond, wordt in zoverre in afwijking van het eerste lid, als bezoldiging aangemerkt, het gemiddelde van die wisselende inkomsten over die twaalf maanden. In afwijking van de eerste volzin worden, indien het ontslag direct vooraf wordt gegaan door een periode waarin vakantie of verlof wordt genoten, de twaalf volle kalendermaanden gerekend vanaf de dag voorafgaand aan de vakantie of het verlof.
3. Indien de betrokkene voorafgaand aan het ontslag non-activiteit genoot als bedoeld in artikel 13b van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt verstaan onder bezoldiging: de berekeningsbasis voor het non-activiteitsinkomen, zoals bedoeld in artikel 29aen 29b van het Besluit bezoldiging politie.
4. De bezoldiging, omschreven in het eerste tot en met het derde lid, wordt aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.