BWBR0012059
Geldig vanaf 2005-03-31
Artikel 2
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001
1. Deze regeling verstaat onder:
a. wet: de Wet op de loonbelasting 1964;
b. besluit: het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965;
c. verbonden vennootschap: een verbonden vennootschap, bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de wet;
d. inhoudingsplichtigenverklaring: de verklaring dat degene aan wie die verklaring is afgegeven ten aanzien van artiesten dan wel beroepssporters als inhoudingsplichtige is aangewezen;
e. jaaropgaaf: de opgave van het in het kalenderjaar genoten loon, de ingehouden belasting en andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting;
f. belasting, ingeval artikel 27b, eerste lid, van de wet van toepassing is: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen;
g. heffingskorting: de heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk III van de wet;
h. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, tram, metro, veerpont of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig.
2. In deze regeling wordt onder een uitkering ingevolge een sociale verzekeringswet mede verstaan de toeslag die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>wordt verleend op die uitkering.
a. wet: de Wet op de loonbelasting 1964;
b. besluit: het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965;
c. verbonden vennootschap: een verbonden vennootschap, bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de wet;
d. inhoudingsplichtigenverklaring: de verklaring dat degene aan wie die verklaring is afgegeven ten aanzien van artiesten dan wel beroepssporters als inhoudingsplichtige is aangewezen;
e. jaaropgaaf: de opgave van het in het kalenderjaar genoten loon, de ingehouden belasting en andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting;
f. belasting, ingeval artikel 27b, eerste lid, van de wet van toepassing is: het gezamenlijke bedrag van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen;
g. heffingskorting: de heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk III van de wet;
h. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, tram, metro, veerpont of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig.
2. In deze regeling wordt onder een uitkering ingevolge een sociale verzekeringswet mede verstaan de toeslag die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>wordt verleend op die uitkering.