BWBR0012059
Geldig vanaf 2005-03-31
Artikel 12
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001
1. De minimale periode tussen de eerste en de laatste uitkering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/11a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11a, derde lid, onderdeel a, onder 2°, en onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel.
[tabel]
2. Ingeval de uitkeringen toekomen aan kinderen of pleegkinderen van de werknemer die ten tijde van het ontvangen van de eerste uitkering jonger zijn dan 30 jaar, bedraagt het aantal jaren tussen de eerste en de laatste uitkering, in afwijking van het eerste lid, nimmer meer dan het aantal jaren dat de gerechtigde jonger is dan 30 jaar.
[tabel]
2. Ingeval de uitkeringen toekomen aan kinderen of pleegkinderen van de werknemer die ten tijde van het ontvangen van de eerste uitkering jonger zijn dan 30 jaar, bedraagt het aantal jaren tussen de eerste en de laatste uitkering, in afwijking van het eerste lid, nimmer meer dan het aantal jaren dat de gerechtigde jonger is dan 30 jaar.