BWBR0011789
Geldig vanaf 2000-12-01
Artikel 22
Invoeringswet Wet stedelijke vernieuwing
1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels van procedurele of administratieve aard worden gegeven met betrekking tot de uitvoering van de overgang van financiële middelen of subsidies naar de <a href="/wet/BWBR0011788" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet stedelijke vernieuwing</a>.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels met betrekking tot andere aspecten van overgangsrecht dan de vaststelling van voorschriften van procedurele of administratieve aard, als bedoeld in het eerste lid, worden gegeven.
3. Indien dit in het belang van een goede uitvoering van de overgang van financiële middelen naar de <a href="/wet/BWBR0011788" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> Wet stedelijke vernieuwing</a>naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk is en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid niet kan worden afgewacht, kan aanvankelijk bij ministeriële regeling toepassing worden gegeven aan het tweede lid. Een zodanige regeling vervalt op het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur in werking treedt.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels met betrekking tot andere aspecten van overgangsrecht dan de vaststelling van voorschriften van procedurele of administratieve aard, als bedoeld in het eerste lid, worden gegeven.
3. Indien dit in het belang van een goede uitvoering van de overgang van financiële middelen naar de <a href="/wet/BWBR0011788" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> Wet stedelijke vernieuwing</a>naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk is en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid niet kan worden afgewacht, kan aanvankelijk bij ministeriële regeling toepassing worden gegeven aan het tweede lid. Een zodanige regeling vervalt op het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur in werking treedt.