BWBR0011747
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 6
Besluit BOA Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht 2000
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lidgenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.