BWBR0011747
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 3
Besluit BOA Dienst Water en Milieu van de provincie Utrecht 2000
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a) de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Grondwaterwet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet bodembescherming, de Natuurbeschermingswet/Natuurschoonwet 1928 (Flora en Faunawet), de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, de Ontgrondingenwet, de Wet milieugevaarlijke Stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke Stoffen, de Wet goederenvervoer over de weg;
b) de Wegenverkeerswet 1994, voor zover het daarin strafbaar gestelde feiten/overtredingen betreft die in relatie staan tot de opsporingsbevoegde taak van de buitengewoon opsporingsambtenaar;
c) de Provinciale milieuverordening Utrecht, de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht en andere provinciale verordeningen, voor zover betrokkene voor voornoemde verordeningen door het bevoegd bestuursorgaan daartoe is aangewezen;
d) de artikelen/bepalingen gericht op de bescherming van het milieu en de natuur uit de Algemene Plaatselijke Verordening en/of andere verordeningen van de desbetreffende gemeenten gelegen binnen de provincie Utrecht en voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen;
e) de artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 200, 225, 285, 435, onder ten vierde, 443, 447 en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
f) andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee door een officier van justitie in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek;
g) de Wet op de economische delicten, voor zover het economische delicten betreft waarvoor in dit besluit en binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen 'akten' opsporingsbevoegdheid is verleend.
2.a. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Utrecht;
2.b. De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot opsporingsbevoegd optreden buiten het onder 2a beschreven opsporingsgebied, voor zover een concreet opsporingsonderzoek dit noodzakelijk maakt en hij/zij daarmee door een officier van justitie is belast, voor de duur van dat onderzoek.
a) de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Grondwaterwet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet bodembescherming, de Natuurbeschermingswet/Natuurschoonwet 1928 (Flora en Faunawet), de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, de Ontgrondingenwet, de Wet milieugevaarlijke Stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke Stoffen, de Wet goederenvervoer over de weg;
b) de Wegenverkeerswet 1994, voor zover het daarin strafbaar gestelde feiten/overtredingen betreft die in relatie staan tot de opsporingsbevoegde taak van de buitengewoon opsporingsambtenaar;
c) de Provinciale milieuverordening Utrecht, de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht en andere provinciale verordeningen, voor zover betrokkene voor voornoemde verordeningen door het bevoegd bestuursorgaan daartoe is aangewezen;
d) de artikelen/bepalingen gericht op de bescherming van het milieu en de natuur uit de Algemene Plaatselijke Verordening en/of andere verordeningen van de desbetreffende gemeenten gelegen binnen de provincie Utrecht en voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen;
e) de artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 200, 225, 285, 435, onder ten vierde, 443, 447 en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
f) andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee door een officier van justitie in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek;
g) de Wet op de economische delicten, voor zover het economische delicten betreft waarvoor in dit besluit en binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen 'akten' opsporingsbevoegdheid is verleend.
2.a. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Utrecht;
2.b. De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot opsporingsbevoegd optreden buiten het onder 2a beschreven opsporingsgebied, voor zover een concreet opsporingsonderzoek dit noodzakelijk maakt en hij/zij daarmee door een officier van justitie is belast, voor de duur van dat onderzoek.