BWBR0011746
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 8
Besluit BOA Dienst Ondersteunende Taken van het GVB Amsterdam 2000
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type;
b. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type.
Het op basis van artikel 8, onder a en b, aan de buitengewoon opsporingsambtenaar te verlenen voorschrift geldt slechts gedurende de periode dat de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid.
Dit voorschrift geldt voorts pas indien de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6, tweede lidvan dit besluit, heeft vastgesteld, dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid t.a.v. het gebruik van en het omgaan met het hiervoor beschreven geweldsmiddel ad a en de handboeien ad b.
a. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type;
b. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type.
Het op basis van artikel 8, onder a en b, aan de buitengewoon opsporingsambtenaar te verlenen voorschrift geldt slechts gedurende de periode dat de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid.
Dit voorschrift geldt voorts pas indien de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6, tweede lidvan dit besluit, heeft vastgesteld, dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid t.a.v. het gebruik van en het omgaan met het hiervoor beschreven geweldsmiddel ad a en de handboeien ad b.