BWBR0011746
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 7
Besluit BOA Dienst Ondersteunende Taken van het GVB Amsterdam 2000
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lidgenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij/zij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.