BWBR0011723
Geldig vanaf 2000-11-10
Artikel 14
Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen
Indien het overleg, bedoeld in artikel 10, derde lid, niet tot verenigbaarheid van de aanvraag van de beheerder met de aanvragen van dan wel de toegewezen capaciteit aan spoorwegondernemingen of bestuursorganen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, heeft geleid, neemt Railned, zo nodig in afwijking van de aanvragen dan wel de toegewezen capaciteit, en zoveel mogelijk op basis van vergelijking van meerdere toewijzingsvarianten, een besluit tot capaciteitstoewijzing met afweging van ten minste de volgende belangen:
a. het bereiken van de minimale niveaus van capaciteitstoewijzing, bedoeld in de artikelen 6 en 7;
b. het uitvoeren van werkzaamheden door de beheerder gedurende bepaalde dagdelen overeenkomstig de bij of krachtens de Arbeidstijdenwet, Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer vastgestelde normen;
c. de bedrijfseconomische effecten voor de beheerder;
d. de effecten die de spoorwegondernemingen, aanbieders van lading of reizigers ondervinden van het niet beschikbaar zijn van de spoorweginfrastructuur gedurende bepaalde dagdelen;
e. de uitvoering van de werkzaamheden van derden die met een vergunning als bedoeld in artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen plaatsvinden.
a. het bereiken van de minimale niveaus van capaciteitstoewijzing, bedoeld in de artikelen 6 en 7;
b. het uitvoeren van werkzaamheden door de beheerder gedurende bepaalde dagdelen overeenkomstig de bij of krachtens de Arbeidstijdenwet, Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer vastgestelde normen;
c. de bedrijfseconomische effecten voor de beheerder;
d. de effecten die de spoorwegondernemingen, aanbieders van lading of reizigers ondervinden van het niet beschikbaar zijn van de spoorweginfrastructuur gedurende bepaalde dagdelen;
e. de uitvoering van de werkzaamheden van derden die met een vergunning als bedoeld in artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen plaatsvinden.