BWBR0011470
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 43b
Wet personenvervoer 2000
1. De overdracht en vestiging van rechten en verplichtingen ten aanzien van de productiemiddelen ingevolge artikel 43avindt plaats op het tijdstip van overgang van de concessie.
2. De nieuwe concessiehouder is de voormalige concessiehouder de waarde verschuldigd van de overgedragen en gevestigde rechten verminderd met de waarde van de overgedragen en gevestigde verplichtingen overeenkomstig hetgeen ter zake in de voormalige concessie is bepaald.
3. Onverminderd artikel 43averschaft de voormalige concessiehouder voor zover hij daartoe rechtens bevoegd is, de nieuwe concessiehouder op het tijdstip van overgang van de concessie de feitelijke macht over de over te dragen en te vestigen rechten en verplichtingen.
4. De nieuwe concessiehouder is gehouden aan de overdracht en vestiging mee te werken.
5. De kosten van de overdracht en vestiging zijn voor rekening van de nieuwe concessiehouder.
6. Indien als gevolg van de overdracht van rechten en verplichtingen sprake is van overgang van een onderneming waarop <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 10, afdeling 8, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing is en dientengevolge rechten en verplichtingen ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 32bovergaan op de nieuwe concessiehouder, is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder ter zake gehouden hem de kosten te vergoeden die gemaakt zijn om de desbetreffende arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarenboven is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder per geval een direct opeisbare geldsom verschuldigd van € 100 000.
7. In afwijking van het vierde lid is de nieuwe concessiehouder niet gehouden aan de overdracht van materieel mee te werken, indien het de eerste aanbesteding van een concessie voor regionaal openbaar vervoer op een gedecentraliseerde lijn betreft na de inwerkingtreding van dit artikel.
2. De nieuwe concessiehouder is de voormalige concessiehouder de waarde verschuldigd van de overgedragen en gevestigde rechten verminderd met de waarde van de overgedragen en gevestigde verplichtingen overeenkomstig hetgeen ter zake in de voormalige concessie is bepaald.
3. Onverminderd artikel 43averschaft de voormalige concessiehouder voor zover hij daartoe rechtens bevoegd is, de nieuwe concessiehouder op het tijdstip van overgang van de concessie de feitelijke macht over de over te dragen en te vestigen rechten en verplichtingen.
4. De nieuwe concessiehouder is gehouden aan de overdracht en vestiging mee te werken.
5. De kosten van de overdracht en vestiging zijn voor rekening van de nieuwe concessiehouder.
6. Indien als gevolg van de overdracht van rechten en verplichtingen sprake is van overgang van een onderneming waarop <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 10, afdeling 8, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing is en dientengevolge rechten en verplichtingen ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 32bovergaan op de nieuwe concessiehouder, is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder ter zake gehouden hem de kosten te vergoeden die gemaakt zijn om de desbetreffende arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarenboven is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder per geval een direct opeisbare geldsom verschuldigd van € 100 000.
7. In afwijking van het vierde lid is de nieuwe concessiehouder niet gehouden aan de overdracht van materieel mee te werken, indien het de eerste aanbesteding van een concessie voor regionaal openbaar vervoer op een gedecentraliseerde lijn betreft na de inwerkingtreding van dit artikel.