BWBR0011470
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 12
Wet personenvervoer 2000
1. De vervoerder voorziet, al dan niet in samenwerking met andere vervoerders, in het op verzoek behandelen van geschillen over de totstandkoming of de uitvoering van een vervoersovereenkomst als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005034/artikel/80" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 80, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005034/artikel/100" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">100, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek</a>, door instelling van een geschillencommissie.
2. Voor zover geschillen als bedoeld in het eerste lid voortvloeien uit de uitvoering van verordening (EU) nr. 181/2011 worden deze in eerste instantie voorgelegd aan de in dat lid bedoelde geschillencommissie.
3. De geschillencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, waarvan ten minste één voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>en waarvan de voorzitter onafhankelijk is van de overige leden.
4. Bij de samenstelling van de geschillencommissie wordt aan geen van de bij het geschil betrokken partijen een bevoorrechte positie toegekend.
5. De geschillencommissie beslecht een aan haar voorgelegd geschil door het uitbrengen van een bindend advies of door het bewerkstelligen van een minnelijke schikking tussen partijen.
6. De geschillencommissie stelt een reglement vast over de wijze waarop een geschil wordt behandeld.
2. Voor zover geschillen als bedoeld in het eerste lid voortvloeien uit de uitvoering van verordening (EU) nr. 181/2011 worden deze in eerste instantie voorgelegd aan de in dat lid bedoelde geschillencommissie.
3. De geschillencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, waarvan ten minste één voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>en waarvan de voorzitter onafhankelijk is van de overige leden.
4. Bij de samenstelling van de geschillencommissie wordt aan geen van de bij het geschil betrokken partijen een bevoorrechte positie toegekend.
5. De geschillencommissie beslecht een aan haar voorgelegd geschil door het uitbrengen van een bindend advies of door het bewerkstelligen van een minnelijke schikking tussen partijen.
6. De geschillencommissie stelt een reglement vast over de wijze waarop een geschil wordt behandeld.