BWBR0011470
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 23
Wet personenvervoer 2000
1. Geen concessie wordt verleend aan een vervoerder:
a. van wie een geheel of gedeeltelijke eigenaar, dan wel een bestuurder of commissaris tevens het lidmaatschap bekleedt van een algemeen vertegenwoordigend orgaan van een openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan bevoegd is tot het verlenen van die concessie;
b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij het meedingen naar of het verwerven van die concessie, en die tevens het lidmaatschap bekleedt van een algemeen vertegenwoordigend orgaan van een openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan bevoegd is tot het verlenen van die concessie.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester en de commissaris van de Koning.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerder aan wie op grond van artikel 63aeen concessie is verleend bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
4. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verlenen van concessies voor openbaar vervoer per trein op grond van artikel 20, eerste lid.
a. van wie een geheel of gedeeltelijke eigenaar, dan wel een bestuurder of commissaris tevens het lidmaatschap bekleedt van een algemeen vertegenwoordigend orgaan van een openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan bevoegd is tot het verlenen van die concessie;
b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij het meedingen naar of het verwerven van die concessie, en die tevens het lidmaatschap bekleedt van een algemeen vertegenwoordigend orgaan van een openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan bevoegd is tot het verlenen van die concessie.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester en de commissaris van de Koning.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerder aan wie op grond van artikel 63aeen concessie is verleend bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
4. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verlenen van concessies voor openbaar vervoer per trein op grond van artikel 20, eerste lid.